Lijst van uitdrukkingen en gezegden V-Z

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Spreekwoorden

A-E   F-J   K-O   P-U   V-Z

Uitdrukkingen en gezegden

A-E   F-J   K-O   P-U   V-Z

vaandel

Iets hoog in het vaandel dragen/schrijven.
Ergens veel belang aan hechten.

valreep

Dat was op de valreep.
Dat is maar net gelukt.

vallen

Uit z'n rol vallen.
Tijdens het spelen iets zeggen of doen wat niet bij de rol hoort.

varken

Dat slaat als een tang op een varken.
Dat slaat nergens op.

Dat varkentje zullen we even wassen.
Deze opdracht zullen we even uitvoeren.

verdonkeremanen

Iets verdonkeremanen.
Stelen.

verf

Iets in de verf zetten.
Beklemtonen, accentueren.

verkeren

Het kan verkeren.
Het kan veranderen, de dingen blijven niet zoals ze zijn.
(Afkomstig van Bredero, oorspronkelijk was het t Can verkeeren.)

vermoorde onschuld

De vermoorde onschuld spelen.
Net doen alsof je van niets weet.

vijgenblad

Zich met vijgenbladen dekken. / Vijgenbladen zoeken.
Nietige uitvluchten zoeken.

villen

Het is op een oor na gevild.
Het is bijna klaar. Het is bijna achter de rug.

Iemand villen.
Iemand te veel laten betalen.
Iemand afpersen.

Iemand wel kunnen villen.
Erg kwaad zijn op iemand.
Een erge hekel hebben aan iemand.

Schreeuwen of men levend gevild wordt.
Heel hard schreeuwen.

vinger

De vinger op de zere plek leggen. Ook:De vinger op de wond leggen.
Precies aangeven waar het pijnlijke probleem zit.

Op de vingers kijken.
(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt.

Een vinger in de pap hebben.
Invloed/zeggenschap hebben.

Op de vingers tikken.
Berispen.

Door de vingers zien.
Geen sanctie toepassen (op een overtreding van een regel).

Iets in de vingers hebben.
Ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden.

Zich in de vingers snijden.
Zichzelf (onbedoeld) benadelen.

Om de vinger winden.
Grote invloed op iemand hebben.

Het klopt als een zwerende vinger.
Het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.)

viool

Eerste viool willen spelen.
De meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep.

Iets voor de kat zijn viool doen.
Iets voor niets doen.

De violen stemmen.
Met elkaar onderhandelen, naar compromissen zoeken.

vis

Boter bij de vis.
Bij een aankoop moeten geld en goederen tegelijk overgestoken worden.

De vis begint te stinken bij de kop.
Het loopt het eerst mis bij de leiding.

Zich als een vis in het water voelen.
Zich helemaal op zijn plaats voelen.

Een visje uitgooien.
Proberen of ergens belangstelling voor bestaat.

Het is vlees noch vis.
Onduidelijk wat iets is; het een of het ander.

Achter het net vissen.
Iemand is je voor geweest; er valt niets meer te halen.

vlag

Als een vlag op een modderschuit.
Dat is veel te mooi voor die situatie.

De vlag uitsteken.
Ergens erg blij mee zijn.

De vlag dekt de lading niet.
Dat gaat over iets anders dan gepretendeerd wordt.

Met vlag en wimpel slagen.
Met een zeer goede beoordeling slagen.

vlees

Het is vlees noch vis.
Het is niet bruikbaar, omdat het niet duidelijk is.

Weten wat voor vlees je in de kuip hebt.
Weten wat er gaande is. Weten met wat soort medemens je te doen hebt.

Zich tegoed doen aan de vleespotten.
Onterecht mee profiteren.

vleet

(Haring) bij de vleet.
In overvloed. (Een 'vleet' is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruikt.)

vliegen (transport)

Hij ziet ze vliegen.
Aangevend dat deze persoon iets zou zien vliegen waar dat het niet doet, daarmee indicerend dat deze persoon gek is.

vlieg (dier)

Elkaar vliegen afvangen.
Op onbeduidende details elkaar beconcurreren dan wel duidelijk willen laten uitkomen dat men zelf gelijk heeft en de ander niet.

Geen vlieg kwaad doen.
Uitsluitend goede bedoelingen hebben, niemand tot last zijn.

Twee vliegen in één klap slaan.
Met een enkele handeling, twee keer een winst behalen.

Hier niet zijn om vliegen te vangen.
Niet gekomen om de tijd de verdoen.

voet

Voet bij stuk houden.
Niet toegeven.

Ten voeten uit.
Letterlijk: de volledige gestalte is afgebeeld; figuurlijk: een getrouwe persoonsbeschrijving.

Een wit voetje halen.
Een goede indruk maken bij de leider(s).

Op te grote voet leven.
Een te ruim uitgavenpatroon hebben.

Zich in de eigen voet schieten.
Zichzelf benadelen.

Reageren met de voeten.
Door ergens weg te gaan, weg te blijven of niet meer terug te keren, aangeven dat men niet tevreden is.

Aan iemands voeten liggen.
Iemand vereren, een absolute fan van iemand zijn.

Met voeten treden.
Onbehouwen te werk gaan.

Met iemand zijn voeten spelen.
Iemand voor de gek houden.

Dat heeft nogal wat voeten in de aarde.
Dat is moeilijk te realiseren.

Vaste voet (aan de grond) krijgen.
Ergens goed inzicht/invloed op krijgen.

Een voetveeg zijn.
Iemand zijn die voor minderwaardige klusjes gebruikt wordt.

vogel

De hoofdvogel schieten.
Een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten.

Een pechvogel.
Iemand die steeds tegenslag heeft.

Een vogel voor de kat.
Een hulpeloos slachtoffer, dat niet meer gered kan worden.

Hij is een vreemde vogel.
Hij gedraagt zich raar.

De vogel is gevlogen.
De dader is al weg.

Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.
Iedereen drukt zich op zijn eigen manier uit.

Vogels van diverse pluimage.
Mensen met verschillende achtergronden.

voordeel

Iemand het voordeel van de twijfel gunnen.
Een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen.

vuiltje

Er is geen vuiltje aan de lucht.
Optimale omstandigheden.

vuist

Op de vuist gaan.
Knokken.

Voor de vuist weg.
Onvoorbereid.

In zijn vuistje lachen.
Op ietwat stiekeme wijze ergens voordeel van hebben.

Een vuist maken.
Krachtig opstellen.

vuur

Olie op het vuur gooien.
De strijd verder doen escaleren.

Met vuur spelen.
Een riskante zaak.

In vuur en vlam staan.
Erg enthousiast.

Als een lopend vuurtje.
Zich snel verspreidend (van een bericht of nieuwtje).

De kastanjes uit het vuur halen.
Riskante of onaangename dingen moeten doen om problemen voor een ander op lossen.

Daar durft hij zijn hand voor in het vuur te steken.
Ergens heilig van overtuigd zijn.
Het vuur uit de sloffen lopen.
Een uiterste inspanning leveren door hard te lopen.

waard

Buiten de waard rekenen.
Geen rekening houden met een belangrijke factor.

wacht

Iemand de wacht aanzeggen.
Iemand waarschuwen dat er op hem/haar gelet zal worden of hij/zij onaanvaardbare dingen doet.

Iets in de wacht slepen.
Iets verkrijgen waarvoor men moeite heeft gedaan, bv. een prijs of een beloning.

waarheid

Waarheid met de slag om de arm.
Een waarheid die vele facetten kent.

wagen (transport)

Het paard achter de wagen spannen.
Iets doen waardoor men zichzelf tegenwerkt.

wak

Een wak slaan.
Vindingrijk zijn.

wal

Dat raakt kant noch wal.
Dat is geen zinnig argument.

Van de wal in de sloot (helpen).
De situatie verergeren in plaats van verbeteren.

Dan moet de wal het schip maar keren.
Als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost.

Van twee walletjes eten.
Overal zijn voordeel mee doen (negatief).

Aan lager wal geraken.
Fortuin verliezen; arm en berooid worden.

Tussen de wal en het schip geraken.
In de knel komen.

De beste stuurlui staan aan wal.
Wie het werk niet uitvoert heeft het meeste commentaar over hoe het uitgevoerd zou moeten worden.

wanten

Van wanten weten.
Goed kunnen aanpakken (bijvoorbeeld: "Als hij het oppakt, komt het wel goed, want dat is iemand die van wanten weet").

warm

Er warmpjes bijzitten.
Over ruime financiële middelen beschikken.

was

De vuile was buiten hangen.
Over de eigen onaangename zaken spreken met buitenstaanders.

Goed in de slappe was zitten.
Rijk zijn.

water

Het water loopt hem in de mond.
Hij heeft er heel veel trek in.

Het warm water (her)uitvinden.
Iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet te verwarren met "het wiel opnieuw uitvinden".)

In troebel water vissen.
Uit verwarring of onenigheid persoonlijk voordeel proberen te halen.

In het water vallen.
Falen (een opzet, een voornemen, een plan), mislukken, niet doorgaan.

Boven water komen / boven water halen.
Tevoorschijn komen / tevoorschijn halen, verschijnen, opduiken.

Water naar de zee dragen.
Onnodig en nutteloos bezig zijn. (Varianten: uilen naar Athene, kolen naar Newcastle.)

Water bij de wijn doen.
Compromissen zien te sluiten.

Geen water is hem te diep.
Hij durft alles te ondernemen.

Water in je kelder hebben (staan).
Een te korte broek aan hebben.

weg

Aan de weg timmeren.
Veel activiteiten ontplooien en daarmee naar buiten treden om verandering en vernieuwing te bewerkstelligen.

Naar de bekende weg vragen.
Overbodig handelen.

De weg kwijt zijn.
Zich onhandig opstellen, onverstandige keuzes maken.

Zo oud als de weg naar Rome of: Zo oud als de weg naar Kralingen.
Heel oud.

Alle wegen leiden naar Rome of: Vele wegen leiden naar Rome.
Er zijn meerdere methoden om iets te bereiken.
(De Romeinen waren pioniers op het gebied van de wegenbouw. Vanuit hun hoofdstad Rome werden vele wegen aangelegd om met hun legioenen alle uithoeken van het rijk te kunnen bereiken, bijvoorbeeld de Via Appia. Vandaar dat de meeste wegen inderdaad van en naar Rome liepen.)
Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.
Er gebeuren soms rare dingen.

wet

Zich de wet niet voor laten schrijven.
geen bevelen accepteren van een ander.

Haar wil is wet.
Als wat zij wil niet gebeurt, dan ontstaan er grote conflicten.

Wet van Meden en Perzen.
Een onwrikbare gewoonte, die altijd gevolgd wordt. Of: Een samenhang die zich altijd voordoet.
(Vaak wordt de uitdrukking ontkennend gebruikt: "Dat is geen wet van Meden en Perzen.")

Boven de wet staan.
Niet gebonden zijn aan de wet.

wiel

Het wiel opnieuw uitvinden.
Dubbel werk doen.

wijn

Water bij de wijn doen.
Compromissen zien te sluiten.

Oude wijn in nieuwe zakken.
De zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd. (Naar Matteüs 9 vers 17.)

Klare wijn schenken.
De waarheid zeggen.

wil

Voor elk wat wils.
Er zit voor iedereen wel wat bij.
(Afkomstig van Roemer Visscher, oorspronkelijk was het Elck wat wils.)

Waar een wil is, is een weg.
Als je het wil is alles mogelijk.

wilg

De lier aan de wilgen hangen.
Het opgeven.
(Afgeleid van Psalm 137:1-2, waarin de joodse ballingen weigerden voor hun onderdrukkers te musiceren, met de woorden Wij zaten aan Babels rivieren en huilden als we dachten aan Sion. Aan de wilgen daar hingen wij onze lieren.)

wind

De wind in de zeilen hebben.
Veel succes boeken.

Het gaat hem/haar voor de wind.
Hij/zij heeft geluk.

De wind mee hebben.
De omstandigheden zijn in haar/zijn voordeel.

De wind van voren krijgen.
Een stevig standje in ontvangst nemen.

Haagse wind.
Bluf.

winst

Tel uit je winst.
Kijken waar je het meeste voordeel bij hebt.

wol

Door de wol geverfd zijn.
Zeer ervaren zijn

woordenboek

Dat staat niet in zijn woordenboek.
Dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord.

worst

Het zal mij worst wezen.
Het maakt voor mij geen enkel verschil.

Iemand een worst voorhouden.
Iemand een voordeeltje in het vooruitzicht stellen, teneinde hem te bewegen ergens mee akkoord te gaan.

Of je worst lust!
Antwoord als iemand "Wat?!" zegt.

zak

De zak krijgen.
Ontslagen worden.

In zak en as zitten.
Terneergeslagen zijn. (Oorspronkelijk: Joodse rouw.)

zand

Zand schuurt de maag.
Een beetje zand eten is niet erg. (Meer algemeen: Stel je niet aan!)

Zand erover.
Vergeet het maar (in de zin van: we praten er niet meer over).

Iemand zand in de ogen strooien.
Iemand bedriegen.

Als los zand aan elkaar hangen.
Geen samenhang of structuur vertonen.

Als (los) zand door de vingers glippen.
Er geen controle over hebben; het niet begrijpen.

In het zand bijten.
Sneuvelen, verliezen. Ook: in het stof bijten.

De kop in het zand steken.
De waarheid of het gevaar niet willen zien. Dit verwijst naar het bijgeloof dat struisvogels bij naderend gevaar hun kop in het zand steken.

Zand in de raderen strooien.
Problemen veroorzaken bij iets dat in eerste instantie goed liep, saboteren.

Een huis op zand bouwen.
Een dwaze fout begaan.

Zandruiter worden.
Letterlijk: van je paard vallen: een goede baan of geld kwijtraken.

Een zandwinkeltje opgezet hebben.
Overleden zijn.

De hakken in het zand zetten.
Tegenwerken, koppig zijn.

Een zandhaas zijn.
Letterlijk: een infanterist zijn; een bescheiden of onprettige positie hebben.

zee

Op zee blijven.
Op zee vergaan/omkomen.

Water naar zee dragen.
Overbodig werk doen.

Met iemand in zee gaan.
Met iemand een samenwerking beginnen.

Geen zee te hoog.
Niets is onmogelijk.
Zeeën van tijd hebben.
Ergens erg veel tijd voor hebben.

Recht door zee gaan.
Eerlijk zijn.

zeep

Om zeep brengen/helpen/zijn.
doden/mislukken.
(Expedities die zeep gingen halen kwamen vaak niet terug vanwege piraterij. Toen ze niet terugkwamen en mensen zich afvroegen waar ze bleven vertelde men: "ze zijn om zeep".)

Een zeperd halen.
Afgaan.

zeggen

Zeggen wat je doet en doen wat je zegt.
Pro-actief communiceren en je houden aan toezeggingen.
Zeg nou zelf.
Dat vind jij zelf toch ook zo!

zeil

De wind in de zeilen hebben.
Goede voortgang boeken.

Alle zeilen bijzetten.
Alles op alles zetten.

Bakzeil halen.
Aan een ander toegeven.

Onder zeil gaan.
Gaan slapen.

De zeilen hijsen.
Opstaan, vertrekken.

De wind uit de zeilen nemen.
Iemand dwars zitten.

Een oogje in het zeil houden.
Ergens goed op letten.

Ergens verzeild raken.
Ergens onbedoeld terechtkomen.

Er is geen land met hem te bezeilen.
Hij gedraagt zich zo, dat er niet met hem gewerkt kan worden. Hij laat zich niet corrigeren.

zoden

Zoden aan de dijk zetten.
Daadwerkelijk hulp verschaffen.

Onder de [groene] zoden stoppen.
Iemand begraven.

zon

Het zonnetje in huis.
Iemand die zorgt voor een goede, opgeruimde sfeer.

zondag

Een zondagskind.
Iemand die steeds geluk heeft.

zout

Het zout in de pap niet waard zijn.
Niets presteren.

Iets met een korreltje zout nemen.
Iets niet helemaal voor waarheid aannemen.

Op iedere slak zout leggen.
Overal opmerkingen op maken.

Het zout in de pap niet verdienen.
Heel weinig verdienen.

Iemand ongezouten de waarheid vertellen.
Iemand openhartig vertellen wat je over hem denkt.

Zout in de wond strooien.
Iemands leed verergeren.

zuster

Je zuster op een houtvlot!
Ik geloof je niet.

zwaaien

Dan zwaait er wat.
Dan dreigen zware repercussies.

zwaar

Zwaar op de hand zijn.
Zeer ernstig/zwaarmoedig van karakter zijn.

zwart

Het zwart op wit hebben.
In geschreven of gedrukte vorm. Gedocumenteerd.

Op zwart zaad zitten.
Geen geld meer hebben.

Het zwarte schaap van de familie.
Het verstoten familielid.

Een zwarte kat krabt niet.
Je moet je niet laten leiden door je angsten.

zwartepiet

Iemand de zwartepiet toespelen.
Iemand verantwoordelijk maken voor een onaanlokkelijke taak.
(Afgeleid van het kaartspel zwartepieten, waarin één kaart de "zwartepiet" is. Degene die de zwartepiet krijgt toegespeeld is in het nadeel.)

zwijgen

Zwijgen als het graf.
Geen enkele informatie geven.

zwijnen

Parels voor de zwijnen gooien.
Je moet geen goede raad geven als de ander het niet wil horen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren