Wederkerend werkwoord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een wederkerend werkwoord (wk. ww, ook reflexief werkwoord) is een zelfstandig werkwoord dat met zich of een ander wederkerend voornaamwoord gecombineerd kan worden; een niet-wederkerend werkwoord (of niet-reflexief werkwoord) is een werkwoord waarvoor dat niet geldt.

De wederkerende werkwoorden kunnen verdeeld worden in verplicht of noodzakelijk wederkerende werkwoorden en toevallig wederkerende werkwoorden. De verplicht wederkerende werkwoorden kunnen meestal niet met de op -zelf eindigende vormen van het wederkerend voornaamwoord gecombineerd worden (bv. zichzelf), en het wederkerend voornaamwoord kan niet door een lijdend voorwerp worden vervangen. Toevallig wederkerende werkwoorden kunnen wel met de op -zelf eindigende vormen van het wederkerend voornaamwoord gecombineerd worden, en het wederkerend voornaamwoord kan wel door een lijdend voorwerp worden vervangen.

Voorbeelden[bewerken]

Verplicht wederkerende werkwoorden[bewerken]

Een voorbeeldzin met een verplicht wederkerend werkwoord is:

  • Hij bemoeit zich met mijn dochter. (fout: Hij bemoeit zichzelf met mijn dochter of Hij bemoeit mijn dochter.)

Voorbeelden van verplicht wederkerende werkwoorden zijn:

  • zich bemoeien
  • zich ergeren
  • zich gedragen
  • zich ontfermen
  • zich schamen
  • zich uitsloven
  • zich vergissen
  • zich verschuilen
  • zich verslikken
  • zich verspreken
  • zich voornemen

Sommige werkwoorden worden officieel gezien als verplicht wederkerend, omdat de vorm zonder wederkerend voornaamwoord (zonder zich) een net iets andere betekenis heeft. Bijvoorbeeld:

  • zich herinneren (bedenken, nog weten) vs. herinneren (iemand doen terugdenken)
  • zich verheugen (blij zijn) vs. verheugen (iemand blij maken)

Toevallig wederkerende werkwoorden[bewerken]

Een voorbeeldzin met een toevallig wederkerend werkwoord is:

  • Hij wast zich elke dag. (ook mogelijk: Hij wast zichzelf elke dag of Hij wast zijn auto.)

Voorbeelden van toevallig wederkerende werkwoorden zijn:

  • (zich) amuseren
  • (zich) bezeren
  • (zich) aankleden
  • (zich) scheren
  • (zich) verwonden
  • (zich) vermaken
  • (zich) wassen

Foutief gebruik[bewerken]

Sommige werkwoorden worden foutief als wederkerend werkwoord gebruikt, veelal door contaminatie van een in betekenis verwant wederkerend werkwoord:

  • zich irriteren → ("hij ergert zich aan iets" en "iets irriteert hem")
  • zich beseffen → ("hij realiseert zich iets" en "hij beseft iets")