Zendgraaf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een zendgraaf of missus dominicus (meervoud missi dominici; afgevaardigden van de heer, de koning), ook wel koningsbode, missi fiscales, missi regales en missi regis, was een ambtsdrager aangesteld door de Frankische koningen om zijn graven te controleren, met eventueel aanvullende taken.

Ambt[bewerken]

Het ambt stamt uit de tijd van de Karolingers Karel Martel en Pepijn de Korte die functionarissen uitstuurden om te controleren of hun orders werden uitgevoerd. Pepijn maakte er op onregelmatige basis gebruik van.

Karel de Grote maakte hen echter een vast onderdeel van zijn bestuur. Een capitulare die in 802 werd uitgevaardigd, geeft een gedetailleerd beeld van hun taken. Ze moesten recht spreken, nazien op de naleving van de koninklijke rechten, de administratie van de graven - die nog officiële vertegenwoordigers van de koning waren - controleren, de eed van trouw afnemen en ook het optreden van de geestelijkheid controleren. Ze riepen de bestuurders van een domein bijeen en wezen hen op hun plichten en herinnerden het volk aan hun burgerlijke en religieuze plichten.

Districten[bewerken]

De inwoners van het bezochte district moesten voorzien in de bestaansmiddelen van de missi, die eventueel moesten voorgaan in een te leveren slag. Er werden aan verschillende missi aanvullende instructies meegegeven, waarvan een groot aantal bewaard zijn gebleven.

De missi moesten de districten - missatici of legationes, een term die analogie heeft met een pauselijk legaat - die onder hen vielen vier maal per jaar bezoeken. Het waren geen permanente bestuurders, maar waren over het algemeen hovelingen, die vooral tijdens Karel de Grote van groot aanzien waren. Normaal gesproken bezochten de zendgraven de districten met zijn tweeën; een hoge geestelijke en een hoge edelman die verder geen binding hadden met het gebied dat zij bezochten. Zelfs onder het sterke bewind van Karel de Grote was het moeilijk om hiervoor onpartijdige kandidaten te vinden en na zijn dood in 814 werd dit vrijwel onmogelijk.

Neergang[bewerken]

Onder zijn zoon Lodewijk de Vrome beïnvloedden de edelen de benoeming van de zendgraven en kozen kandidaten die afkomstig waren uit het betreffende district. Hierdoor hadden deze al snel meer oog voor hun eigen belang dan dat van de keizer. Hun taak werd uiteindelijk samengevoegd met het werk van de bisschoppen en graven en onder Karel de Kale namen zij het bestuur over om de vrede te bewaren. Onder druk van het streven naar erfelijkheid van de graven, het opkomende feodalisme en Vikingaanvallen verdween de functie in Frankrijk en Duitsland aan het einde van de negende eeuw en gedurende de tiende eeuw ook in Italië.