Zilverkruid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zilverkruid
Zilverkruid
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae
Stam: Magnoliophyta
Klasse: Magnoliopsida
Orde: Rosales
Familie: Rosaceae
Geslacht: Dryas
Soort
Dryas octopetala
L. (1753)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Zilverkruid (Dryas octopetala) (andere gewone namen zijn zilverblad, bergavens, witte dryas, witte dryad, en achtster) is een alpiene bloeiende plant in de rozenfamilie (Rosaceae). Het is een kleine altijdgroene struik, die grote kolonies vormt. Het is een populaire bloem in rotstuinen.

Naamgeving[bewerken]

De naam octopetala komt van het Griekse octo (acht) en petalon (bloemblaadje), verwijzend naar de acht bloemblaadjes van de bloem - een ongebruikelijk aantal bij de Rosaceae, waar vijf het normale aantal is. Nochtans komen ook bloemen voor met maar liefst 16 bloemblaadjes.

Bouw[bewerken]

De stammen zijn houterig, kronkelig, met korte, horizontale wortelschietende takken. De bladeren zijn onbehaard bovenaan en licht-donzig onderaan. De bloemen staan op lange stelen van 3 tot 10 cm, en hebben acht romige witte bloemblaadjes. Tegen de lente verschrompelen de bloemen tot haarballen, met de lange houterige haren naar boven. Ze dienen om de zaadbal (het zaadhoofdje) eronder mee te voeren met de wind, zodat het zaad zich kan verspreiden.

Verspreiding[bewerken]

Zilverkruid heeft een wijdverspreid voorkomen over bergachtige gebieden, waar het aan kalkstenen lagen over het algemeen beperkt is. Deze omvatten het volledige Noordpoolgebied, evenals de bergen van Scandinavië, de Alpen, de Karpaten, de Balkan en het Kaukasusgebergte. In Groot-Brittannië komt deze plant voor in Pennines (noord-Engeland), in Snowdonia (Noord-Wales) en regelmatig in de Schotse Hooglanden. In Ierland komt het in de Burren en een paar andere plaatsen voor. In Noord-Amerika wordt het gevonden in Alaska. Het is bovendien de officiële territoriale bloem van de Northwest Territories.

Fossiel voorkomen[bewerken]

De blaadjes van Dryas zijn stevig en fossiliseren goed. Buiten het huidige verspreidingsgebied komt de plant tijdens koude perioden van het Pleistoceen ook voor in het Europese laagland. Tijdens het Laat Weichselien is de soort in verschillende perioden aangetroffen, vooral tijdens het Dryas-stadiaal dat naar dit plantje genoemd is. In Nederland werd het eerste fossiele blaadje na een gerichte zoektocht door de palaeobotanicus Florschütz gevonden in de moeraskalk van het Blekkinkveen[1][2], nadien is zij nog op veel andere plaatsen gevonden[3][4][5].

Galerij[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Florschütz, F., 1927. Eene mededeling over de postglaciale flora van Nederland. Handelingen van het XXIe Nederlandsch Natuur- en Geneeskundig Congres gehouden te Amsterdam op 19, 20 en 21 April 1927. Haarlem, Kleynenberg & Co, pp. 274-275.
  2. Florschütz, F., 1927. Eene vindplaats van de Dryasflora in Nederland. Verhandelingen Koninklijke Akademie van Wetenschappen (Afdeeling Natuurkunde), 36(1): 117-119.
  3. Florschütz, F., 1934. Palaeobotanisch onderzoek van jong-pleistocene afzettingen in het Oosten van Overijssel. Proceedings Koninklijke Akademie van Wetenschappen, 37: 297-301.
  4. Hoek, W.Z., Bohnke, S.J.P., Ganssen, G.M., Meijer, T., 1999. Lateglacial environmental changes recorded in calcareous gyttja deposits at Gulickshof, southern Netherlands. Boreas, 28(3): 416-432.
  5. Vlerk, I.M. van der, Florschütz, F., 1950. Nederland in het IJstijdvak. De Haan, Utrecht. 289 pp.