Agaragar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Agar (bindmiddel))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Agarplaten; petrischalen met agaragar

Agaragar[1] of agar is een witachtige, smaak- en reukloze, onvertakte polysacharide die uit de celwanden van sommige soorten roodwieren gewonnen wordt, voornamelijk op Sri Lanka, op Java en in Japan. Deze stof wordt onder andere uit Gelidium, Gracilaria en Pterocladia gewonnen. Chemisch gezien is agar een polymeer opgebouwd uit subeenheden van de suiker galactose. Het zijn polygalactanen samengesteld uit aaneengeschakelde agarobiose-eenheden die op de -OH-groepen min of meer vervangen zijn door sulfonaat- of methylgroepen.

Het woord agaragar komt uit het Maleis en betekent gelei. Agarpolysachariden zijn de primaire ondersteunende structuren voor de celwand van een alg. Opgelost in heet water en daarna afgekoeld is agaragar te gebruiken als gelatine. De stabiliteit van de gels die men daarmee krijgt is thermoreversibel: bij verhoging tot 90 °C smelten ze opnieuw. De bindkracht is tweemaal zo groot als die van gelatine; bovendien is agargel minder gevoelig voor veranderingen van zuurgraad.

Agaragar is ook bekend als E406 in de lijst van E-nummers.

Toepassingen[bewerken | brontekst bewerken]

Agaragar wordt hoofdzakelijk gebruikt voor microbiologisch werk. Agaragarfracties en derivaten van agaragar worden bij enkele biochemische scheidingstechnieken gebruikt, onder andere bij elektroforese.

Agaragar kan ook gebruikt worden als:

In de industrie dient de stof als vervanging van gelatine (puddingpoeder, jamfabricage, bakkerijen), als verdikkingsmiddel (bijvoorbeeld in advocaat) en voor het apprêteren van weefsels en het lijmen van papier. In de farmaceutische en cosmetische industrie vond agaragar toepassing als bindmiddel voor zalven, crèmes en tabletten.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Noten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Volgens het Groene Boekje.
Zie de categorie Agar van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.