Aggregaat (onderwijs)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een aggregaat was in Vlaanderen een bijkomend pedagogisch diploma dat onderwijsbevoegdheid geeft om de vakken van de hoofdstudie te mogen onderwijzen aan een secundaire school. Het aggregaat is een nevenopleiding, naast een hoofdopleiding aan de universiteit.

De studie van het aggregaat omvat enkele psychologische en pedagogische vakken, naast algemene didactiek en vakdidactiek. Daarnaast zijn een aantal uren stage (proeflessen) voorzien.

Wie de graad bezit, is nu (in de terminologie van het Decreet betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap van 12 juni 1991[1]) een “geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2”. Bijvoorbeeld:

  • zo mag een Master (voorheen licentiaat) geschiedenis, als hij in het bezit is van een aggregaatsdiploma het vak (kunst-)geschiedenis onderwijzen.
  • Een master in de fysica mag dan de vakken fysica, wiskunde en scheikunde onderwijzen.

Ook in het hoger onderwijs, op het niveau van professionele Bachelor, kan een master met een aggregaat lesgeven.


Sedert de hervorming van het hoger onderwijs naar de Bachelor-masterstructuur, was ook het aggregaat aan vernieuwing toe. De plannen (begin 2006) gingen uit naar een "opwaardering" van het aggregaat tot een volledig jaar (60 studiepunten), eventueel in samenwerking met de pedagogische opleidingen in het hoger onderwijs buiten de universiteit. In ieder geval zou het gedeelte stage-ervaring een zwaarder gewicht krijgen. Dit kreeg zijn vorm in de Academische lerarenopleiding (ALO), later hervormd naar de Specifieke lerarenopleiding (SLO). In tegenstelling tot het aggregaat staat de SLO open voor iedereen die een diploma van het secundair onderwijs bezit.

Zie ook[bewerken]

Referentie[bewerken]

  1. Hier elektronisch consulteerbaar.