Alleenstaande-ouderkorting
De alleenstaande-ouderkorting was een van de heffingskortingen in de Wet inkomstenbelasting 2001. Ze was bedoeld voor één-oudergezinnen.
De alleenstaande-ouderkorting bedroeg in 2010 € 945. Als voorwaarde voor de korting mocht de belastingplichtige geen partner of huisgenoot hebben en een (volwassen) kind in huis hebben dat jonger is dan 27 jaar.
Aanvullende alleenstaande-ouderkorting
[bewerken | brontekst bewerken]Indien men aan de bovenstaande voorwaarden voldeed, en men had in dat jaar inkomen genoten, dan kreeg men een aanvullende korting. Dit inkomen moest wel bestaan uit winst uit een onderneming, arbeidsloon of het resultaat uit overige werkzaamheden. De aanvullende korting bedroeg in 2010 4,3% van de het loon, de winst of dit resultaat. Er was echter wel een maximum van € 1.513 aan aanvullende korting.
De Wet hervorming kindregelingen heeft de korting vervangen door de alleenstaande-ouderkop.