Groene belegging

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een groene belegging is in Nederland een vorm van duurzaam beleggen waarbij wordt belegd in een groenfonds, dat wordt gebruikt om milieuprojecten te financieren. Beleggen in een groenfonds betekent dat iemand goedkoop geld uitleent aan banken. Hierdoor kunnen de "groenbanken" weer goedkope leningen verstrekken aan bijvoorbeeld een duurzaam gebouwde woning, een windmolenpark of een biologisch landbouwbedrijf. Dit heet groene financiering.

Het rendement op groenfondsen is beperkt. Dat lagere rendement wordt echter deels gecompenseerd door het belastingvoordeel.

Voor de Wet inkomstenbelasting 2001 (IB) kan de belastingdienst vormen van sparen en beleggen goedkeuren als groene belegging. Ondanks de term "beleggingen" (en het in de rubriek "Beleggingen" ingedeeld zijn bij de aangifte) kan het dus ook gaan om sparen, veelal op een spaardeposito. Tot een maximum per belastingplichtige (2017: € 57.385) telt het tegoed dan niet mee als vermogen.

Bij het aan het einde van het jaar verwerven en aan het begin van het nieuwe jaar weer verkopen van een maatschappelijke belegging, met als enig doel het behalen van fiscaal voordeel, kan de belastingdienst dit voordeel weigeren op basis van fraus legis. Soms neemt ook het betreffende beleggingsfonds maatregelen om dit te voorkomen.[1]

Soms wordt de rente over een groene belegging geschonken aan een gelieerde algemeen nut beogende instelling zodat naast de al genoemde belastingvoordelen er ook giftenaftrek in box 1 is.

Groenfondsen[bewerken]

Voorbeelden van groenfondsen zijn:[2]

  • ING Groen Spaardeposito van ING Groenbank N.V.
  • Groenrentecertificaat van oorspronkelijk Postbank Groen N.V., nu ING Groenbank N.V.
  • Groenbank Groen Discovery Note uitgegeven door ABN AMRO Groenbank B.V.
  • ABN AMRO Groen Fonds
  • ASN Groenprojectenfonds
  • Triodos Groenfonds

Consequenties voor inkomstenbelasting en vermogenstoetsen[bewerken]

De vrijstelling vermindert het forfaitaire rendement in box 3 met 4% van het vrijgestelde vermogen aan groene beleggingen (maar niet tot minder dan nul), die de belasting in box 3 vermindert met 1,2% van dit vermogen (maar niet tot minder dan nul).

Tevens is er de korting voor groene beleggingen (een heffingskorting) van 0,7% van het vrijgestelde vermogen aan groene beleggingen. Deze vermindert de belasting in de drie boxen samen, maar niet tot minder dan nul.

Bij een vermogenstoets kunnen groene beleggingen wel of niet meetellen. Zo definieert de Wet op de rechtsbijstand vermogen als de rendementsgrondslag bedoeld in artikel 5.2 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001; daarbij bepaalt art. 5.13 dat tot de bezittingen niet behoren groene beleggingen (tot het maximum); als gevolg daarvan worden deze niet meegeteld bij de bepaling van het vermogen.

De Overige fiscale maatregelen 2013 hebben aan de Wet op de zorgtoeslag en de Wet op het kindgebonden budget toegevoegd dat er wordt uitgegaan van een afwijkende grondslag sparen en beleggen, die geen rekening houdt met de vrijstelling bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001; groene beleggingen worden dus wel meegeteld bij de bepaling van het vermogen.

Sociaal-ethische beleggingen[bewerken]

"Maatschappelijke beleggingen" was tot en met 2012 de verzamelnaam voor groene beleggingen en sociaal-ethische beleggingen. Ook voor de laatstgenoemde waren er fiscale facilteiten.

De Wet uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord 2013 (UFM) heeft de vrijstelling en heffingskorting voor sociaal-ethische fondsen (zoals het ASN-Novib Fonds, Oikocredit Nederland Fonds en Triodos Fair Share Fund) per 1-1-2013 afgeschaft. De vrijstelling voor groen beleggen is gehandhaafd; bovendien gaat de afschaffing van de heffingskorting voor groen beleggen (in het Belastingplan 2011 geregelde wijzigingen van de Wet IB per 1 januari 2013 en 2014) niet door, zie boven.