Spaarrekening

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een spaarrekening is een rekening waarmee klanten kunnen sparen bij een bank, die daar in principe een vergoeding in de vorm van variabele rente voor geeft.

Voorwaarden[bewerken]

Anders dan bij een rekening-courant (betaalrekening) is het vaak niet mogelijk om geld van een spaarrekening rechtstreeks over te boeken naar derden; de bestemming van het geld is vaak beperkt tot overboeking op een vaste tegenrekening; soms kan het ook contant worden opgenomen of naar een andere rekening van dezelfde rekeninghouder bij dezelfde bank worden overgemaakt. Voor storten gelden vaak vergelijkbare beperkingen. Het verschil met een termijndeposito/spaardeposito zit hem er in dat men op een spaarrekening een variabele rente en op een termijndeposito/spaardeposito een vaste rente krijgt.

Aan het sparen wordt soms een aantal voorwaarden gesteld zoals:

  • een maximaal rentedragend saldo (bijvoorbeeld 5 miljoen euro)
  • een maximum opnamebedrag per periode
  • een korte wachtperiode voor het op kunnen nemen van (een deel van) het saldo
  • de verplichting om per automatische incasso van de tegenrekening een vast bedrag per periode op de spaarrekening bij te laten schrijven; dit kan de mogelijkheid onverlet laten om geld op te nemen
  • opnamekosten.

De rente is soms afhankelijk van een toename van het spaartegoed per periode, of een deel van de rente wordt slechts berekend over het laagste saldo in een periode.

Sinds de opkomst van het internet is het bij veel spaarrekeningen mogelijk via dit kanaal saldoinformatie op te vragen en overboekingsopdrachten te verstrekken, dat wil zeggen men kan voor sparen internetbankieren. De benaming internetspaarrekening wordt gebruikt als internet het enige kanaal is, en men dus ook geen afschriften thuis gestuurd krijgt. Wegens de kostenbesparing voor de bank krijgt men vaak een iets hogere rente.

Sparen in het buitenland[bewerken]

Gedurende de kredietcrisis steeg het wantrouwen tussen banken, waardoor ze het spaargeld van consumenten als een betrouwbaarder middel voor het veiligstellen van hun kapitaal beschouwden dan kredieten van andere banken. Vanuit deze situatie startten verschillende banken zoals NIBC Bank en MoneYou in 2008 met het aanbod van spaarproducten met relatief hoge rentepercentages. Deze hogere rentepercentages hadden het doel consumenten te motiveren om meer spaargeld te plaatsen.

De pas opgerichte IJslandse bank Icesave, onderdeel van het IJslandse Landsbanki, had hier in Nederland in 2008 veel succes mee en haalde binnen een maand meer dan 500 miljoen euro spaargeld op. Omdat het moederbedrijf zes maanden later niet meer zijn aan betalingsverplichtingen kon voldoen, volgde een faillissement en konden duizenden Nederlanders niet meer bij hun spaargeld. De_Nederlandsche_Bank (DNB) heeft vijf dagen na het faillissement van Icesave het spaargeld van Nederlandse spaarders teruggevorderd. Volgens richtlijnen moest IJsland het eerste deel van de vordering van spaarders uitkeren. De Nederlandse regering had echter toegezegd garant te staan voor het resterende bedrag, (tijdelijk) opgehoogd tot 100.000 euro. In 2016 zijn de laatste miljoenen euro's spaargeld die Icesave schuldig was aan Nederlandse spaarders terugbetaald.

Een risico van een hogere spaarrente voor een bank is dus dat het grotere betalingsverplichtingen aangaat. Als een bank onvoldoende rentemarge maakt, zoals tijdens de kredietcrisis, ontstaat er een liquiditeitsprobleem. Om een tweede Icesave debacle tegen te gaan, startte de Europese Unie in 2010 daarom met het optuigen van een depositogarantiestelsel, dat spaarders en kleine beleggers beter beschermt tegen wanbeleid en fraude bij banken en beleggingsfondsen. Dankzij de EU-richtlijnen 2009/14/EG en 2014/49/EU, in navolging van 94/19/EG, is een bank in de EU verplicht financiële bijdragen aan een nationale depositogarantiefonds te leveren, resulterend in een landelijk depositogarantiestelsel dat een klant bij elke bank tot € 100.000 teruggave garandeert. Voor Nederlandse spaarders wordt dit risico deels gedekt door het depositogarantiestelsel van De Nederlandsche Bank.

Het optuigen van een EU-dekkend depositogarantiestelsel heeft ertoe geleid dat sinds 2014 verschillende online marktplaatsen, voornamelijk uit Duitsland, consumenten in verbinding brengen met banken in relatief snelgroeiende economieën in de Europese Unie. Omdat de spaarrentes bij grootbanken in gevestigde Europese economieën, zoals Duitsland en Nederland, sinds de kredietcrisis dalen, bieden deze banken relatief hoge rentepercentages.

In België worden roerende inkomsten op een gereglementeerd spaarboekje (officieel: spaardeposito's) tot een bepaald bedrag niet belast. Boven dat bedrag wordt een roerende voorheffing van 15% afgehouden, te verrekenen met de personenbelasting. De rentevoet bestaat uit een basisrente en een getrouwheidspremie voor bedragen die minstens 1 jaar onaangeroerd blijven. Het kapitaal wordt door de Belgische overheid beschermd tot €100 000.

Maximum onbelaste interesten voor Belgische spaardeposito's
Jaar
(inkomsten)
Maximum
interestbedrag
2013-2015 €1 880
2012 €1 830
2011 €1 770
2004 €1 520

Zie ook[bewerken]