Ambulancier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De werkplek van een ambulancier.
Ambulanciers werken vaak samen met de MUG om patiënten met levensbedreigende aandoeningen te stabiliseren.
1rightarrow blue.svg Zie ook: Ambulanceverpleegkundige

Een ambulancier (officieel genaamd hulpverlener-ambulancier) is in België een bemanningslid van een ambulance. Ambulances ingeschakeld in de Dringende Geneeskundige Hulpverlening (het 112-systeem) moeten minstens twee erkende hulpverlener-ambulanciers aan boord hebben.

Opleiding[bewerken]

Om ambulancier te worden dient men de basisopleiding tot hulpverlener-ambulancier (ook wel de opleiding 'Dringende Geneeskundige Hulpverlening' of 'DGH' genoemd) te volgen in een provinciale school voor ambulanciersopleiding. Elke provincie en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft een ambulanciersschool die de basisopleiding minstens éénmaal per jaar moet aanbieden. De basisopleiding duurt ten minste 160 uur, waarvan een theoretisch en praktisch deel van ten minste 120 uur en een stage van ten minste 40 uur. Om deel te kunnen nemen aan het examen voor het theoretisch en praktisch deel moet men ten minste 80% van de lessen aanwezig zijn geweest. Een kandidaat mag enkel zijn stage beginnen als hij/zij ten minste 50% van de punten behaalde op zowel het theoretisch als het praktisch deel en ten minste 60% van de punten in totaal (het theoretisch deel telt voor 1/3 mee; het praktisch deel voor 2/3). Van de stage moet een kandidaat een stageboek bijhouden met het verslag van een aantal interventies. Indien een kandidaat ook voor de stage slaagt krijgt hij/zij een brevet dat 5 jaar geldig is.

Jaarlijks moet een ambulancier 24 uur permanente vorming volgen en vijfjaarlijks opnieuw een examen afleggen wil hij/zij het brevet behouden. Met het brevet kan bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid een aanvraag ingediend worden voor een 'badge 112'. Men moet in het bezit zijn van deze badge als men het beroep van ambulancier wil uitoefenen; ambulanciers dienen deze badge te dragen als zij in functie zijn. Er zijn twee types badge 112: blauwe en groene. De blauwe zijn voor de erkende hulpverlener-ambulanciers, terwijl de groene voor verpleegkundigen bedoeld zijn. Verpleegkundigen die op een ambulance willen werken dienen eveneens de opleiding te volgen en de badge 112 te behalen (zij mogen evenwel een significant deel van de basisopleiding overslaan vanwege hun verpleegkundige achtergrond). Een ambulancier heeft geen verpleegkundige of medische achtergrond.

De opleiding tot ambulancier in België is als het ware een zeer uitgebreide EHBO-cursus. De ambulancier heeft geen bevoegdheid om medische handelingen (waaronder het plaatsen van een intraveneuze katheter, het toedienen van geneesmiddelen of het intuberen van patiënten) te stellen die een verpleegkundige (in beperkte mate) of arts wel hebben. Ambulanciers zijn wel getraind op het gebied van de basisreanimatie met behulp van een AED en beademingsballon. Ze mogen zuurstof toedienen en moeten ook levensbedreigende aandoeningen kunnen inschatten en de eerste zorgen kunnen toedienen in afwachting van de Mobiele Urgentiegroep (MUG). De MUG heeft minstens een spoedverpleegkundige en een gespecialiseerde arts aan boord die gespecialiseerde dringende zorgen kunnen toedienen.

Beroepsverenigingen[bewerken]

Er zijn enkele beroepsverenigingen die de ambulanciers verenigen en hun belangen verdedigen, zoals de Belgische Beroepsvereniging van Ambulancediensten (BBA).

Niet-dringend ziekenvervoer[bewerken]

Niet-dringend ziekenvervoer (ook wel secundair vervoer genoemd) behoort niet tot de bevoegdheid van de Dringende Geneeskundige Hulpverlening en dus ook niet tot de bevoegdheid van de federale overheid. Het zijn de Gemeenschappen die verantwoordelijk zijn voor de werking van het niet-dringend ziekenvervoer. De ambulanciers die voor dit vervoer instaan hoeven dus niet over een badge 112 te beschikken maar mogen zich dan ook niet 'hulpverlener-ambulancier' noemen, wat een beschermde titel is. Meestal wordt het niet-dringend ziekenvervoer georganiseerd door de ziekenfondsen die hiervoor beroep doen op private ambulancediensten. In juni 2016 kwamen er nieuwe kwaliteitsnormen voor het niet-dringend ziekenvervoer. Deze normen stellen onder andere dat er minstens twee ziekenvervoerders de ambulance moeten bemannen, waarvan één bestuurder en één patiëntenbegeleider. De patiëntenbegeleiders moeten tegen begin 2017 en de bestuurders tegen begin 2018 een EHBO-brevet halen. Binnen een termijn van vijf jaar zou er een uitgebreidere opleiding komen voor de patiëntenbegeleiders vergelijkbaar met die tot hulpverlener-ambulancier. Vlaams minister van Volksgezondheid Jo Vandeurzen wil deze kwaliteitsnormen wettelijk verplichten.[1]