Amen (gebed)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Amen (Hebreeuws:אמן (’Amen) en Arabisch: آمين (’Āmīn)) is een woord dat teruggevonden wordt in de Thora, het Nieuwe Testament en de Ahadith en betekent letterlijk "zeker, het is zo" of "het zij zo". Het wordt in het christendom, islam en jodendom gebruikt aan het einde van een gebed of zegening, als een soort bekrachtiging of acclamatie. In het Hebreeuws is de uitspraak amen, amein, omein of umain. In het Aramees wordt het uitsproken als amien. Het Arabisch, het Grieks en het Russisch gebruiken allebei de vorm "amin" (Grieks: αμήν, Russisch: аминь). In de Septuagint wordt in plaats van het woord "amen" het woord genoito (γενοίτο) gebruikt, wat vertaald kan worden als 'het moge gebeuren'.

Het woord komt voor in de Bijbel in 73 verzen, waaronder Deuteronomium 27:15, Psalm 41:14 en Matteüs 6:13. De christenen namen het woord uit het Hebreeuws over.

Het Arabische amen is niet terug te vinden in de Koran, maar het gebruik ervan wordt ondersteund door Ahadith. Na de recitatie van Soera De Opening zegt men doorgaans amin. Het is een van de weinige woorden die door de gemeenschap tijdens het gezamenlijke vrijdaggebed luidop uitgesproken wordt. Daarnaast wordt een dua doorgaans met amin afgesloten.

Er bestaan verschillen hypotheses over de herkomst van het woord. Eén ervan is dat het is afgeleid van Amen Ra, de Egyptische zonnegod. Een andere is dat het afkorting is van het Hebreeuwse El Melech Neëman, hetgeen trouw aan de Koning (in de betekenis van God) betekent. De Hebreeuwse wortel 'mn betekent: steunen, bevestigen, betrouwbaar zijn.

Ahadith[bewerken]

Amen in het Arabisch

Volgens overleveringen reciteerde Mohammed na de laatste aya van Soera De Opening amin hardop, waarbij hij zijn stemgeluid verhief. Ook beval hij de gemeenschap amin te zeggen, omdat de engelen en de imam amin zeggen. Volgens een bepaalde overlevering zouden alle voorafgaande zonden vergeven zijn, als het amin in het gebed samenvalt met het amin van de engelen in de hemel.

Volgens deze Hadith is een imam dus verplicht om het amin uit te spreken, hoewel niet iedere madhhab hiermee in overeenstemming is. Ook over het moment waarop de gemeenschap het amin zegt, voor de imam, tegelijkertijd met de imam of na de imam, is geen eenduidigheid

De Ahadith van Moeslim en Aboe 'Awaanah leveren over: ...zeg dan amin; God zal je beantwoorden.

Heidelbergse Catechismus[bewerken]

In zondag 52, vraag en antwoord 129 van de Heidelbergse Catechismus wordt het woord "amen" behandeld:

Amen wil zeggen: Het is waar en zeker. Want God heeft mijn gebed veel stelliger verhoord, dan ik in mijn hart voel dat ik dit van Hem begeer.