Amsterdamse Limburgers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Amsterdamse Limburgers (ook wel Limburgse Amsterdammers) is de geuzennaam van een groep Limburgse kunstenaars die in de oorlogsjaren rijpten in Amsterdam. Ze studeerden allen in dezelfde periode op de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam.

De naam is voor het eerst gebruikt in besprekingen van de groepstentoonstelling 'Jonge Schilders', in 1950 , in het Raadhuis van Heerlen, met werk van Frans Nols, Gene Eggen, Pieter Defesche, Harry Op de Laak, Marianne van der Heijden, Ger Lataster en Jef Diederen. Genoemde kunstenaars hebben met elkaar gemeen dat ze eerder de Middelbare Kunstnijverheidsschool in Maastricht volgden. Pierre van Soest volgde van 1947 tot 1949 de Rijksacademie zonder deze Maastrichtse opleiding te hebben gevolgd. Molin volgde Rijksacademie noch Middelbare Kunstnijverheidsschool, hij was grotendeels autodidact. Van Soest en Molin werken wel eveneens onder invloed van de moderne Franse schilderkunst en vanuit dezelfde reactie op de gevestigde Limburgse kunstenaars (als bv. Charles Eyck) - zodat ze, als de eerste groep 'Limburgse Amsterdammers' genoemd wordt, dit ook op Van Soest en Molin van toepassing is.


Kunstenaars[bewerken]

Tot de Amsterdamse Limburgers behoorden:

Externe link[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Pieter Defesche, De Amsterdamse Limburgers: de Limburgse bijdrage aan de Nederlandse schilderkunst tussen 1950 en 2000, [Nuth]: Rosbeek Books, 2001. ISBN 90-73367-24-7.