Andries Vierlingh

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Andries Vierlingh (Steenbergen?, circa 1507 - 1579) was een Nederlands waterbouwkundige. Zijn manuscript Tractaet van Dyckagie wordt gezien als een waarschuwing tegen fundamentele fouten in het waterstaatkundig beheer, waaruit ook nu nog lessen zijn te trekken.

Leven en werk[bewerken]

Vierlingh was één van de eerste waterbouwkundigen die zijn werkzaamheden met bestuurlijke activiteiten combineerde waarmee hij, net zoals Cornelis Lely veel later, met technisch kennis en bestuurlijke invloed ordening aanbracht in het beheer van het binnendijkse land en daarmee de basis legde voor een doelmatig beheer van het binnenwater in Nederland.

Hij werd in 1537 door de Prins van Oranje benoemd tot rentmeester van Steenbergen. Dit bleef hij tot 1567, terwijl hij daarnaast in 1552 ook werd benoemd tot dijkgraaf van de Graaf Hendrikpolder. Daarnaast was hij schepen van Breda. Vierlingh ijverde voortdurend voor het belang van goede dijken in zijn af en toe zwaar door wateroverlast geteisterde Brabantse geboortestreek. Als dijkgraaf was hij betrokken bij een groot aantal inpolderingen.

Hij adviseerde regelmatig bij dijkwerken, sluizenbouw en de aanleg van oeververdedigingen in Zeeland, Zuid-Holland en in Noord-Holland. Zo was hij in 1530 betrokken bij het dichten van gaten in de havendijk van Middelburg en bezocht hij het ondergelopen Reimerswaal. In 1553 werd hij om advies gevraagd bij de inpoldering van de Zijpe. Hij was actief bij de bedijking van Klundert en bij verschillende andere inpolderingen en zeewerende werken.

Tractaet van Dyckagie[bewerken]

Kort voor zijn dood schreef hij het Tractaet van Dyckagie. Hierin gaf hij een technische verhandeling over het construeren van dijken in de zestiende eeuw. Maar ook kritiseerde hij de vele fouten die op waterstaatkundig gebied gemaakt werden. Vooral de dijkgraven moesten het hierbij ontgelden. Zo verweet hij de heer van Reimerswaal, Adriaan van Lodijcke, dat hij een dijkgat niet dichtte zodat een haven kon ontstaan. Zo kon de Sint Felixvloed van 1530 een groot deel van het Land van Reimerswaal voorgoed overstromen.

Zijn manuscript, dat thans berust in het Nationaal Archief, werd in 1920 door J. de Hullu en A.G. Verhoeven uitgegeven onder de titel Tractaet van Dyckagie. Waterbouwkundige adviezen en ervaringen van Andries Vierlingh in de Rijks Geschiedkundige Publicatiën (RGP). Omdat deze uitgave lang was uitverkocht maar de inhoud nog steeds populair was, besloot de Nederlandse Vereniging van Kust- en Oeverwerken (VBKO) in 1973 tot een fotomechanische herdruk.