Anna van Bohemen (1290-1313)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Anna van Bohemen
1290-1313
Koningin-gemalin van Bohemen
Periode 1307-1310
Voorganger Elisabeth Richezza van Polen
Opvolger Elisabeth van Bohemen
Vader Wenceslaus II van Bohemen
Moeder Judith van Habsburg

Anna van Bohemen (15 oktober 1290 - 3 september 1313) was van 1307 tot 1310 koningin-gemaal van Bohemen. Ze behoorde tot het huis Přemysliden.

Levensloop[bewerken]

Anna was de oudst overlevende dochter van koning Wenceslaus II van Bohemen en diens echtgenote Judith, dochter van Rooms-Duits koning Rudolf I van Habsburg.

Anna verloor haar ouders al zeer vroeg: haar moeder stierf toen ze zeven jaar oud was en haar vader stierf toen ze veertien jaar oud was. In 1306 huwde ze met hertog Hendrik van Karinthië, maar het huwelijk bleef kinderloos.

Hetzelfde jaar werd haar echtgenoot na de moord op haar broer Wenceslaus III verkozen tot koning van Bohemen. Hendrik had echter niet de steun van Rooms-Duits koning Albrecht I van Habsburg en die plaatste zijn zoon Rudolf op de Boheemse troon, waarna Hendrik en Anna terugkeerden naar het hertogdom Karinthië. In 1307 stierf Rudolf, waarna Hendrik van Karinthië alsnog tot koning van Bohemen werd benoemd.

Na hun troonsbestijging wilden Anna en Hendrik haar jongere zus Elisabeth uithuwelijken. Ze weigerde echter elk aanbod totdat ze in 1310 huwde met Jan van Luxemburg, die ook op de Boheemse troon aasde. Het huwelijk betekende een definitieve breuk tussen Anna en Elisabeth.

Hetzelfde jaar bezetten Jan van Luxemburg en Elisabeth met de steun van de Boheemse adel Praag, waarna Anna en Hendrik in ballingschap naar Karinthië werden gestuurd. Het was daar dat Elisabeth in 1313 op 22-jarige leeftijd stierf.