Archaïsme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Dit artikel gaat over de stijlfiguur "Archaïsme"; voor de cultuurfase in de Griekse geschiedenis zie onder Archaïsche periode en Archaïsche kunst

Een archaïsme (<Grieks: Αρχαϊσμός = oud / uit het verleden) is een term waarmee een verouderde taalvorm, een verouderde zinsconstructie of een verouderd woord wordt aangeduid. Ook oude en pseudo-oude spelling kan men als zodanig beschouwen. Archaïsmen komen vooral voor in wettelijke, ambtelijke en bijbelse taal.

Dichters en schrijvers gebruiken archaïsmen als stijlfiguur om hun werk bijvoorbeeld plechtstatiger te doen klinken, of om er couleur locale in aan te brengen of historisch te kleuren. Vooral negentiende eeuwse schrijvers van historische romans maakten er gebruik van.[1] Gerard Reve archaïseerde om een ironisch effect te bereiken.[2]

Tegenwoordige sprekers en schrijvers gebruiken doelbewust archaïsche termen om een historische realiteit te duiden als daar geen eigentijds woord voor is. Bijvoorbeeld de term richter voor het rechterschap in oude zin, en de archaïsche term stift voor een vrouwenkapittel uit de middeleeuwen.


Voorbeelden[bewerken]

  • aanschellen (aanbellen)
  • bakvis (tienermeisje)
  • blode (laf)
  • maagschap (familie)
  • doorlucht (verstandig)
  • gaarne (graag)
  • helegaar (helemaal)
  • ten onzent (bij ons)
  • deerne (meisje)
  • ter sponde (in bed)
  • drinklokaal (kroeg/café)
  • koddig personage (leuk iemand)
  • schilderachtig heerschap (vreemd persoon)
  • hoe vaart hij? (hoe gaat het met hem?)
  • geprangd (verdrietig)
  • zwerk (hemel)
  • vomeren (braken)

De schrijver Gerard Reve bezigde bij tijd en wijle in zijn schrijfsels en poëmen gaarne archaïsmen.

Foutieve archaïsmen doen hieraan afbreuk:

  • huysch

Correct is: huys.

Sommige terminologie komt in de ene taalvariëteit wel, en in de andere taalvariëteit niet archaïsch over. Zo zijn de persoonlijke voornaamwoorden 'gij' en 'ge' in Vlaanderen, Noord-Brabant en de Liemers nog gebruikelijk in de omgangstaal, maar in de rest van het Nederlandse taalgebied niet meer. 'Om niet' is eveneens nog gebruikelijk in de rechtstaal.

Bronnen
  • DBNL Archaïsme geraadpleegd 6 juni 2015
  • Grote Winkler Prins, zevende druk (1966-1975)
  • Kos, Anton (2010) Van Meenten tot marken (Hilversum Verloren)
  • De Monté ver Loren, J.Ph., bewerkt door Spruit, J.E. (2000) Hoofdlijnen uit de ontwikkeling der rechterlijke organisatie in de Noordelijke Nederlanden tot de Bataafse omwenteling (Kluwer Deventer)
Noten
  1. Bosboom-Toussant, A.L.G. (1856) Don Abbondio II, p.323
  2. Reve, Gerard (1978) Oud en eenzaam, p.9