Arnold van Rummen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zegel van Arnold van Rummen

Arnold van Rummen (eerste kwart van de 14e eeuw - vóór 5 mei 1373) was als Arnold IV graaf van Chiny, een vazal van het graafschap (later hertogdom) Luxemburg.

Biografie[bewerken]

Arnold van Rummen is in de geschiedenis bekend als een man die de titel van graaf van Loon pretendeerde. Hij was een zoon van Willem van Oreye en van Johanna van Loon, een dochter van Arnold V van Loon. Hij huwde in 1347 met Elisabeth van Vlaanderen, een natuurlijke dochter van Lodewijk I van Nevers, vader van Lodewijk II van Nevers, oftewel Lodewijk van Crécy. graaf van Vlaanderen.

Arnold was raadsman van de hertog van Brabant, Wenceslaus I van Luxemburg. Arnolds vrouw Elisabeth (in de volksmond Isabella) beschikte over een aardig fortuin en daarnaast rekende hij ook op de steun van keizer Karel IV, een halfbroer van Wenceslas. Hij aarzelde dan ook niet om de rechten op de titel van een andere pretendent, Godfried van Dalenbroek, af te kopen in 1362, waardoor hij in de Loonse Successieoorlogen belandde.

Arnold kwam er vlug achter dat hij te snel en ondoordacht had gehandeld. Weliswaar schonk de keizer hem de investituur, maar in 1363 ontviel hem de steun van Johanna van Brabant. Zij legde de prins-bisschop van Luik niets in de weg toen hij in 1364 Loon binnenviel.

Arnold moet in 1364 Chiny verkopen aan Wenceslaus I van Luxemburg.

Vanaf 1365 weigerde ook de keizer hem nog te steunen. Binnen het graafschap Loon stuitte zijn kandidatuur op weerstand van de schepenen van Vliermaal en Valderen.

Doordat Arnold van Rummen, weliswaar lid van de Loonse grafelijke familie - hij was evenals Diederik van Heinsberg neef van Lodewijk IV van Loon - en een leen "niet klimt" had het Luikse kapittel een bijkomende reden om niet met de rechtmatige opvolging in te stemmen en de Loonse dynastie te laten uitdoven.

Sinds 9 augustus 1365 weerstonden Arnold en zijn manschappen, moedig en heldhaftig (gedurende negen weken), de aanvallen van de Luikse troepen toen hij zich verschanste in zijn burcht te Rummen. Op 21 september 1365 gaven Arnold en Elisabet er de brui aan en beiden verlieten wanhopig de Rummense torenburcht. Later ruilde Arnold de aanspraken op de titel voor een rente in 1366 die hij kreeg van prins-bisschop Jan van Arkel.

Een andere pretendent op de titel, maar met meer succes, was Diederik van Heinsberg, ook een neef in vrouwelijke lijn van graaf Lodewijk IV.