Naar inhoud springen

Arthur I van Bretagne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Arthur I
11871203
Arthur I van Bretagne
Hertog van Bretagne
Periode 1196 - 1203
Voorganger Constance I
Opvolger Adelheid
Graaf van Richmond
Periode 1196-1203
Voorganger Constance I
Opvolger Adelheid
Familie
Vader Godfried II
Moeder Constance I

Arthur I van Bretagne (Nantes, 29 maart 1187 - Kasteel van Rouen of Cherbourg, 3 april 1203) was graaf van Richmond en hertog van Bretagne. Als kleinkind van koning Hendrik II van Engeland was hij een pretendent naar de Engelse troon.

Arthur werd in 1187 geboren als de zoon van hertog Godfried II van Bretagne en Constance I van Bretagne. Zijn moeder van een dochter van hertog Conan IV van Bretagne. Zijn vader was een jongere zoon van koning Hendrik II van Engeland en de broer van Richard Leeuwenhart en Jan zonder Land. Nog voor zijn geboorte was hij overleden in een riddertornooi. Constance koos de naam Arthur voor haar kind. De Arthurlegende was toen populair door de boeken van Geoffrey van Monmouth en de naamkeuze kadert in het verlangen van Constance en haar echtgenoot om het hertogdom Bretagne meer zelfstandig te maken.

Hendrik II van Engeland wilde dit verlangen in de kiem smoren. Bretagne was een vazalstaat van Engeland. Hij stuurde een leger van Bretagne om Arthur mee te nemen. Dit mislukte door het verzet van Constance. Zij moest wel toelaten dat haar oudste dochter Eleonora werd meegenomen en dat ze zelf werd uitgehuwelijkt aan Ranulf de Blondeville, graaf van Chester.

Na de dood van Hendrik II besteeg Richard de Engelse troon. Tijdens de voorbereiding van de Derde Kruistocht benoemde de kinderloze Richard bij testament Arthur als zijn erfgenaam. Ondertussen huwde Richard Arthur uit aan een dochter van Tancred van Sicilië, maar door de verovering van Sicilië door keizer Hendrik VI zou het nooit tot deze verbintenis komen.

Tijdens de gevangenschap van Richard Leeuwenhart na zijn kruistocht had Constance de handen vrij in Bretagne. Haar tweede echtgenoot Ranulf had ze verdreven uit Bretagne. In 1195 was Richard terug en hij dwong Constance haar echtgenoot terug te nemen. Hij wilde zeggenschap in Bretagne in zijn strijd tegen de Franse koning.

In 1196 wees Constance haar echtgenoot opnieuw uit en installeerde haar zoon Arthur als medeheerser over Bretagne. Zijn moeder werd echter ontvoerd door Ranulf de Blondeville. Arthur werd vervolgens door de adel van Bretagne erkend als hertog van Bretagne. Om hem uit handen van Richard te houden, werd Arthur naar het Franse hof gestuurd. Daar werd hij opgevoed samen met Lodewijk, de zoon van koning Filips II van Frankrijk.

Op zijn doodsbed maakte Richard alsnog zijn jongste broer Jan zijn erfgenaam en na diens troonsbestijging gaven veel Franse vazallen (Maine, Anjou en Touraine) de voorkeur aan Arthur als hun nieuwe koning. De koningin-moeder Eleonora van Aquitanië gaf echter de voorkeur aan haar zoon Jan. Zij wantrouwde haar kleinzoon Arthur die was opgegroeid aan het Franse hof. En zo schaarden Aquitanië en ook Engeland zich achter Jan. Toen de Franse koning Filips II het Verdrag van Le Goulet in 1200 tekende gaf hij ook zijn steun aan het eventuele koningschap van Arthur op.[1]

Arthur brengt hommage aan koning Filips II van Frankrijk, veertiende-eeuwse miniatuur uit Chroniques de Saint-Denis
Zie Slag bij Mirebeau voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Arthur moest zo zijn aanspraak op de Engelse troon opgeven en leenhulde brengen aan zijn oom Jan voor het hertogdom Bretagne. In 1202 kwam echter in opstand tegen de Engelse koning. Koning Filips II van Frankrijk beloofde hem zijn dochter Maria voor zijn steun in de nieuwe oorlog tegen Jan. Bovendien zou hij Maine, Poitou en Anjou krijgen, als hij die wist te veroveren. Hij belegerde voor enkele weken Mirebeau, waar zijn grootmoeder Eleonora van Aquitanië zich had verschanst. Jan zonder Land trok tegen hem op en wist hem te verrassen waardoor Arthur samen met zijn zus Eleonora gevangen werd genomen. Hij werd vervolgens gevangengezet in het Kasteel van Falaise.[1]

Gevangenschap en verdwijning

[bewerken | brontekst bewerken]
Prins Arthur en Hubert de Burgh, geschilderd door William Frederik Yeames

In het kasteel van Falaise was Hubert de Burgh zijn gevangenbewaarder die de opdrachten van Jan zonder Land om Arthur te verminken naast zich neer zou hebben gelegd. Een jaar na zijn gevangenname werd Arthur overgeplaatst naar Rouen. In april 1203 verdween hij echter en er is veel gespeculeerd over de dood van Arthur en wat het aandeel van koning Jan zonder Land daarin was. Door zijn dood ontstond er wel een probleem rondom zijn opvolging als hertog. Ook omdat zijn zus Eleonora een gevangene was van koning Jan. Hierdoor werd Arthur uiteindelijk opgevolgd door zijn halfzus Adelheid van Thouars.

Voorouders van LArthur I van Bretagne (1187-1203)
Overgrootouders Godfried V van Anjou
(1113–1152)
∞ 1128
Mathilde van Engeland
(1102-1162)
Willem X van Aquitanië
(1099-1137)

Aénor van Châtellerault
(1103 - 1136)
Alan van Richmond
(1100-1146)

Bertha van Bretagne
(1114-1156)
Hendrik van Schotland
(1114-1152)

Ada de Warenne
(ca. 1125–1178)
Grootouders Hendrik II van Engeland (1133-1189)
∞ 1152
Eleonora van Aquitanië (1122-1204)
Conan IV van Bretagne (1138-1171)

Margaretha van Huntingdon (1103 - 1136)
Ouders Godfried II van Bretagne (1158-1186)

Constance van Bretagne (1161-1201)

De dood van Arthur vormt een belangrijke gebeurtenis in het toneelstuk Koning Jan van William Shakespeare.

  • M. Dominica Legge (1982): "William the Marshal and Arthur of Brittany", in: Historical Research, volume 55.
  • F.M. Powicke (October 1909): "King John and Arthur of Brittany", in: The English Historical Review, volume 24, pp. 659–674.