Naar inhoud springen

Batholiet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Schematische weergave van intrusielichamen in een gebied waar (felsisch) vulkanisme plaatsvindt. A = batholiet (nog niet gestold: een magmakamer); B = gang; C = laccoliet; D = pegmatiet; E = plaat; F = stratovulkaan. Processen in de afbeelding: 1 = jongere intrusie snijdt door een oudere heen; 2 = xenoliet of roof pendant in een magmakamer; 3 = contactmetamorfose; 4 = aardoppervlak wordt opgeheven als gevolg van het ontstaan van een laccoliet.

Een batholiet is een intrusie van magma die een groter oppervlak heeft dan 100 km². De doorsnede van een batholiet neemt toe met de diepte en waar de onderkant zich bevindt is meestal onbekend. Batholieten zijn grote magmakamers die diep in de aardkorst intrudeerden. Een batholiet koelt langzaam af en bestaat in vaste staat meestal uit faneritisch (grofkorrelig) stollingsgesteente.

Batholieten hebben vaak een voornamelijk felsische of intermediaire samenstelling. Voorbeelden zijn kwartsmonzoniet, graniet en dioriet.[1]

De naam batholiet is afgeleid van de Oudgriekse woorden βάθος, bathos ("diepte") en λίθος, lithos ("gesteente").

Batholieten komen voor op alle plekken waar magma gevormd wordt: onder mid-oceanische ruggen, hotspots, vulkanische bogen, en sommige collisiezones.

Een bekende batholiet is gelegen vlak bij Tsumeb in Namibië.