Naar inhoud springen

Intrusieplaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Sill (geologie))
Schematische weergave van intrusielichamen in een gebied waar (felsisch) vulkanisme plaatsvindt. A = batholiet (nog niet gestold: een magmakamer); B = gang; C = laccoliet; D = pegmatiet; E = plaat; F = stratovulkaan. Processen in de afbeelding: 1 = jongere intrusie snijdt door een oudere heen; 2 = xenoliet of roof pendant in een magmakamer; 3 = contactmetamorfose; 4 = aardoppervlak wordt opgeheven als gevolg van het ontstaan van een laccoliet.

Een intrusieplaat (Engels: sill) is in de geologie een platte, horizontaal liggende intrusie van magma. Sills worden gevoed door (verticale) vulkanische pijpen of gangen.

Intrusieplaten hebben altijd een kleine dikte vergeleken met de lengte en breedte. Het kunnen enkele millimeters dunne laagjes (aders) zijn maar ook honderden meters dikke en zich vele kilometers uitstrekkende lichamen.

In de diepere korst, waar geen open scheuren of spleten meer in gesteente voorkomen, stroomt magma in de richting van de kleinste principiële spanningsrichting. Door de extra druk van het magma wordt het gesteente uit elkaar geduwd, waarbij het magma de ontstane ruimte vult. In sedimentair gesteente vormen de (horizontale of semi-horizontale) sedimentlagen zwakkere vlakken, waarlangs het magma gemakkelijk het gesteente kan binnendringen. Sills kunnen zich vele vierkante kilometers langs zo'n vlak uitbreiden voor het magma stolt.