Beatrijs van Nazareth

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beatrijs van Nazareth ook wel Beatrix van Aa, Beatrix van Bloemendaal, Beatrix van Lier of Beatrijs van Tienen (Tienen, 1200 - 29 augustus 1268) was een Brabantse schrijfster. De Brabantse cisterciënzerin was de eerste mystieke schrijfster van wie een traktaat in het Middelnederlands bewaard is gebleven.

In haar spiritualiteit was zij een voorloper van de verering van het Heilig Hart. Haar gedachtenis is op 29 augustus.

Biografie[bewerken]

Beatrijs werd geboren in 1200 in een rijke burgerfamilie met zes kinderen. Haar moeder stierf al in 1207. Daarna werd Beatrijs voor haar verdere opvoeding bij een groepje begijnen geplaatst in Zoutleeuw. Eén jaar later (in 1208) werd ze door haar vader teruggeroepen.

Op tienjarige leeftijd werd Beatrijs afgestaan als oblate aan de cisterciënzerinnenabdij Bloemendaal in Eerken (ten noordoosten van Waver). Door haar vroomheid mocht ze al op zestienjarige leeftijd haar geloften afleggen als novice in het klooster. Dat was in die tijd zeer uitzonderlijk. In de cisterciënzerorde werd men immers pas tot non geprofest op de leeftijd van achttien jaar.

Vervolgens werd ze van 1216 tot 1217 naar het cisterciënzerinnenklooster Rameia te Geldenaken (Jodoigne) gezonden om daar de schrijf- en miniatuurkunst te leren. In dit klooster kwam ze in contact met Ida van Nijvel, een andere beroemde mystica uit de dertiende eeuw, genoemd naar de gelijknamige heilige Ida van Nijvel uit de zesde eeuw. Hier had ze ook haar eerste mystieke ervaring (in januari 1217). Tijdens een antifoon in de mis trad ze uit zichzelf (in excessu mentis) en aanschouwde ze de heilige Drievuldigheid.

Rond Pasen 1217 werd ze teruggeroepen naar Bloemendaal. Daar begon ze haar mystieke ervaringen op te schrijven in een soort dagboek (‘Liber Vitae’). In het jaar 1221 verhuisde ze naar het klooster van Maagdendaal in Oplinter (bij Tienen). In dit klooster verbleef ze veertien jaar. In 1236 vertrok ze naar het klooster Nazareth bij Lier. Vanaf dit moment stopte ze met het bijhouden van haar dagboek. Haar vader was betrokken bij de stichting van de kloosters Maagdendaal en Nazareth en bij de hervorming van Bloemendaal. In Nazareth werd ze verkozen tot priorin en schreef ze haar traktaat Van seven manieren van heiliger minnen.

Na een lang ziekbed stierf Beatrijs op 29 augustus 1268 in het klooster Nazareth.

Werk[bewerken]

Liber Vitae[bewerken]

Liber Vitae (‘Levensboek’) is de titel die wordt gebruikt voor het dagboek dat Beatrijs van Nazareth bijhield tussen 1217 en 1235. Hierin schreef ze haar mystieke ervaringen neer. De titel is afkomstig van de anonieme auteur van de Vita Beatricis (zie hieronder). Hij baseerde zich voornamelijk op dit dagboek om zijn heiligenleven over Beatrijs (Vita Beatricis) te schrijven. Hoewel Beatrijs een goede opleiding heeft genoten en zeker Latijn kende, schreef ze in de volkstaal. Spijtig genoeg is het Liber Vitae verloren gegaan.

Van seven manieren van heiliger minnen[bewerken]

Van seven manieren van heiliger minnen bevat de kern van de mystieke leer van Beatrijs van Nazareth: ze schrijft over de opgang in de mystieke liefde (Godsliefde). Hierin onderscheidt ze zeven vormen van ervaring: zuiverende liefde, dienende liefde, het onverzadigbare verlangen naar de volle liefde, de mystieke liefdesvreugde, de liefdesstorm, de zegevierende liefde en de overgang naar de eeuwige liefde. Het is een klein traktaat van ongeveer vijfhonderd prozaregels dat ze vermoedelijk tijdens haar verblijf in het klooster Nazareth schreef. Het werk heeft een heel eigen mystieke terminologie, waardoor Beatrijs zich beperkt tot haar eigen kring. Het oorspronkelijke handschrift is verloren gegaan, maar er zijn wel drie afschriften overgeleverd: het oudste dateert uit het midden van de veertiende eeuw en het jongste uit het midden van de vijftiende eeuw.

Vita Beatricis[bewerken]

De Vita Beatricis is een Latijnse bewerking naar Beatrijs’ Liber Vitae en bevat ook mededelingen van ooggetuigen, persoonlijke toelichtingen van de auteur en het grootste gedeelte van Van seven manieren van heiliger minnen. De Vita werd kort na haar dood geschreven, in opdracht van de abdis en de zusters van Nazareth.

De auteur van de Vita Beatricis is onbekend, hoewel sommige bronnen Willem van Affligem, een 13de-eeuwse geleerde, vermelden. Opvallend is dat de auteur de té mystieke aspecten (bv. het aanschouwen van de heilige Drievuldigheid) van Beatrijs’ leven weglaat en dat hij haar weergeeft als heilige in plaats van als mystica. Dit blijkt uit de vergelijking van Van seven manieren van heiliger minnen met de Vita Beatricis. De Vita behoort tot het tekstgenre van de hagiografie, ook wel heiligenleven genoemd.

Er zijn twee handschriften met de Vita Beatricis overgeleverd: één uit 1320 en één uit de zestiende eeuw, respectievelijk bewaard in Brussel en in Gent.

Bronnen en literatuur[bewerken]

Handschriften[bewerken]

  • Van seven manieren van heiliger minnen:
    • Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 3037-73 (folio 25r-40v); herkomst: Rooklooster in het Zoniënbos; ontstaan: circa 1350; Brabants; sigle B.
    • Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 70 E 5 (olim K6; nr. 377), folio 190va-197rb; herkomst: klooster van Maagdendries te Maastricht; ontstaan: circa 1400; Limburgs; sigle S.
    • Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, 15258, folio 252r-271v; herkomst: Rooklooster in het Zoniënbos; ontstaan: ca. 1450; Brabants; sigle W.
  • Vita Beatricis:
    • Brussel, Koninklijke Bibliotheek, hs. 4459-70, folio 66r-138v; ontstaan: circa 1320; sigle B.
    • Gent, Universiteitsbibliotheek, hs. 165; ontstaan: zestiende eeuw; sigle G.

Literatuur[bewerken]

  • R. Faesen, Beatrijs van Nazareth seven manieren van minne. Kapellen, 1999 - Nederlandse vertaling van Van seven manieren van heiliger minnen.
  • L. Reypens, Vita Beatricis: autobiografie van de Z. Beatrijs van Tienen O.Cist., 1200-1268. Antwerpen, 1964.
  • Frits van Oostrom, Stemmen op schrift: geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Amsterdam, 2006, p. 403-415.
  • F. van Oostrom en D. Hogenelst, Handgeschreven wereld: Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen. Amsterdam, 1995, p. 131-137.
  • H.W.J. Vekeman, Hoezeer heeft God mij bemind: Beatrijs van Nazareth (1200-1268). Averbode, 1993 - Nederlandse vertaling van de Vita Beatricis.
  • H.W.J. Vekeman, Van seven manieren van heileger minnen, uitgegeven naar het Brusselse handschrift. Zutphen, s.d.

Externe links[bewerken]