Beleg van Jeruzalem (637)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Beleg van Jeruzalem (637)
Onderdeel van Islamitische verovering van de Levant
Datum 636-637
Locatie Jeruzalem
Resultaat Overwinning voor het Kalifaat van de Rashidun
Strijdende partijen
Byzantijnse Rijk Kalifaat van de Rashidun
Leiders en commandanten
Patriarch Sophronius Abu Ubayda ibn al-Jarrah
Khalid ibn Walid
'Amr ibn al-'As
Troepensterkte
20 000
Islamitische verovering van de Levant 636-637

Het Beleg van Jeruzalem (637) was een onderdeel van de Islamitische verovering van de Levant. Jeruzalem, in handen van de Byzantijnen, werd na een beleg van vier maanden, zonder bloedvergieten, overgedragen aan het Kalifaat van de Rashidun.

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de regeerperiode van Khusro II, sjah van de Sassaniden, verloor het Byzantijnse Rijk de controle over de Levant. Na de moord op Khusro II in 628 brak er een burgeroorlog uit in het Perzische Rijk. Keizer Herakleios slaagde erin de Levant te heroveren. Intussen op het Arabisch Schiereiland was de profeet Mohammed erin geslaagd de verschillende stammen te verenigen. De eerste confrontatie tussen Byzantijnen en Arabieren was de Slag bij Mu'tah in 629, een overwinning voor de Byzantijnen. De Arabieren onder leiding van generaal Khalid ibn Walid richtten eerst hun pijlen op het ter ziele gaande Sassanidische Rijk, in 634 hadden ze Irak veroverd. Na het verlies van Damascus (634) en de nederlaag van de Slag bij de Jarmuk (636) was zuidelijk Syria afgesneden.

Beleg[bewerken | brontekst bewerken]

Patriarch Sophronius van Jeruzalem stond er alleen voor om de stad te verdedigen, hij verzamelde alle heilige relikwieën, inclusief de relikwieën van het Heilig Kruis, en transporteerde ze in het geheim naar de kust om daarna naar Constantinopel te worden gebracht. Het beleg begon in november 636, de Arabieren kozen voor een bloedeloze overgave en omsingelden de stad. Van keizer Herakleios moest Sophronius geen hulp verwachten, na vier maanden bood hij de capitulatie aan en beloofde een jizya (tribuut) te betalen, op voorwaarde dat kalief Omar ibn al-Chattab in eigen persoon naar Jeruzalem kwam om het pact te ondertekenen en de overgave te aanvaarden.

Vervolg[bewerken | brontekst bewerken]

Kalief Omar arriveerde in Jeruzalem in april 637 en in ruil voor schatting beloofde hij de christenen burgerlijke en religieuze vrijheid. Voor het eerst, na bijna 500 jaar Romeinse heerschappij, mochten de Joden opnieuw in Jeruzalem wonen. Na tien dagen keerde kalief Omar terug naar Medina. Zuid-Syrië was nu in handen van de Arabieren en eind 637 na de Slag bij de IJzeren Brug was ook Noord-Syrië in Arabische handen. In 639 begonnen de Arabieren met de verovering van Egypte.