Bethel (Kanaän)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Bethel (Israël))
Ga naar: navigatie, zoeken
De jakobsladder (ca. 1691) in Bethel - een schilderij van Michael Willmann (in 1945 verloren gegaan)

Bethel, in de nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap gespeld als Betel is de naam die in de Hebreeuwse Bijbel gegeven is aan een plek gelegen bij de oud- Kanaänitische stad Luz.[1]

In de Bijbel[bewerken]

De naam Bethel wordt in de Hebreeuwse Bijbel genoemd in Genesis 12 en 13 in de geschiedenis van Abram. (Uit het vervolg in Genesis 28 en 48 blijkt dat de plaats oorspronkelijk Luz heette)[2]) Volgens dit verhaal was Jakob op de vlucht voor zijn tweelingbroer Esau en zag hij op die plek in een droom een ladder naar de hemel. Engelen gingen de ladder op en af en bovenaan stond God, die Jakob en zijn nageslacht het land Kanaän beloofde. Jakob richtte daar een steen op en gaf die plek de naam Beth-El (Hebreeuws voor Huis van El of Huis van God), (Genesis 28:10 - 22). Ook in Genesis 35 wordt beschreven hoe de plaatsnaam Luz in Bethel werd veranderd. In Jozua 16:2 wordt de plaats nog "Bethel, behorend bij Luz" genoemd.

De benaming van een bezielde steen, een betyl, een zuil of een stele zou hiervan afgeleid kunnen zijn. Dit concept is afkomstig uit het prehistorisch sjamanisme.

Vooral in de Verenigde Staten en Canada zijn veel plaatsen gesticht met de naam Bethel. Leden van de daar ontstane geloofsgemeenschap Jehova's getuigen noemen hun kantoren Bethel.

Gezicht op Beitin, 2011

De plek Bethel komt overeen met het Palestijnse dorp Beitin/Baytin[3] waarmee het in de Israëlitische tijd concurreerde als belangrijkste religieus centrum.[bron?] Beitin ligt op de Westelijke Jordaanoever, 10 km ten noorden van Jeruzalem bij Ramallah in Palestina, in het Gouvernement Ramallah & Al-Bireh.

Huidige tijd[bewerken]

Israëlische nederzetting Beit El[bewerken]

In 1967 in de Zesdaagse oorlog heeft de staat Israël de Westelijke Jordaanoever militair bezet. In de nabijheid van Beitin is er in 1977 op een Israëlische legerbasis een illegale orthodox-joodse Israëlische nederzetting gesticht met de naam Beit El (Arabisch voor Huis van El).[4] met in 2002 een 4410 bewoners. Beit El heeft diverse buitenposten, zogenoemde 'outposts', waaronder Ulpana en Jabel Artis (ook wel Pisgat Ya'akov genoemd). Later dat jaar bleek dat met valse documenten van de Afdeling Nederzettingen van de Wereld Zionisten Organisatie, en uitgevoerd door de organisatie Amana, een groot deel van de nederzetting was gebouwd op privaat Palestijns land.[5]

Na een petitie van de Palestijnse landeigenaren bij het Hooggerechtshof werd in 2008 een deel van Ulpana met 30 appartementen gesloopt.

De buitenpost (outpost) Ulpana van Beit El. Op de achtergrond de buitenpost Jabel Artis, 2011

Op 18 december 2016 bleek dat Donald Trump in 2003 tienduizend dollar aan de nederzetting had gedoneerd.[6] Tegelijkertijd kwam ook kwam aan het licht dat de Kushner-foundation tienduizenden dollars aan organisaties en instellingen in de nederzettingen heeft gedoneerd; in 2013 kreeg een jesjiva in Beit El daarvan 20.000 dollar. Ook de door Donald Trump nieuw benoemde Amerikaanse ambassadeur David Friedman heeft in de loop der jaren duizenden dollars aan deze jesjiva gegeven. In datzelfde jaar gaf Israël, in de hoedanigheid van de 'Civil Administration' toestemming voor de bouw van 296 woonunits in Beit El. Dit vond plaats 2 dagen nadat Benjamin Netanyahu de bouw had bevroren om vredespogingen door de V.S. een kans te geven. De Palestijnse onderhandelaar bij de vredesbesprekingen Saeb Erekat veroordeelde deze beslissing: "We condemn this new decision which is proof that the Israeli government wants to sabotage and ruin the US administration's efforts to revive the peace process."[7]

Zie ook[bewerken]