Bist du bei mir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

"Bist du bei mir" met als volledige titel: "Bist du bei mir geh ich mit Freuden", (Als je bij mij bent, ga ik in vreugde) is een aria uit de opera Diomedes, Oder: Die triumphierende Unschuld van Gottfried Heinrich Stölzel, oorspronkelijk geschreven als: Bistu bey mir.[1][2] De aria komt uit Stölzel's opera Diomedes, Oder: die Triumphierende Unschuld. De aria staat het meest bekend als "Bist du bei mir", BWV 508, een versie voor stem en basso continuo en die als nr. 25 in het Zweiten Notenbuch der Anna Magdalena Bach uit 1725 is aangetroffen.[3][4]

Geschiedenis[bewerken]

In 1717-1718 was Gottfried Heinrich Stölzel voor korte tijd hofkapelmeester in Bayreuth. Daar ging zijn opera Diomedes, Oder: Die triumphierende Unschuld (de triomfantelijke onschuld) op 16 november 1718 in première. Afgezien van enkele aria's ging de muziek van deze opera verloren. Een versie voor sopraan, strijkers en basso continuo van zijn aria "Bist du bei mir" leeft voort in een 18e-eeuws manuscript van de SingAkademie zu Berlin.[5][6]

De aria, die in het "Zweiten Notenbuch der Anna Magdalena Bach" van Anna Magdalena Bach werd gevonden, is in de tweede helft van de 19e eeuw door het Bach Gesellschaft gepubliceerd als compositie van Johann Sebastian Bach.[7] Omstreeks 1915 ontdekte Max Schneider in een 18de-eeuws manuscript, Stölzel's orkestversie van de aria, samen met zes andere aria’s[8][9] van Stölzel, die bewaard lagen in de bibliotheek van de Berlijnse SingAkademie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd in 1943 het archief van de SingAkademie in dozen en kisten opgeborgen. Door brandbommen van de geallieerden werd het gebouw van de academie zwaar beschadigd.[10]
In 1950 noemde Wolfgang Schmieder "Bist du bei mir" als een compositie van Bach in de eerste editie van de Bach-Werke-Verzeichnis, waarbij hij het met nummer 508 in die catalogus aanduidde.
In 1957 werd de aria gepubliceerd in de New Bach Edition, waar zijn redacteur, Georg von Dadelsen, de verloren gewaande orkestversie in de uitgave van Critical Commentary vermeldde.[11]
In de editie van 1998 van de Bach-Werke-Verzeichnis bleef in de hoofdcatalogus "Bist du bei mir" vermeld (d.w.z. zonder het naar de Anhang te verplaatsen onder de twijfelachtige of de onjuiste werken), maar met de vermelding dat deze was gebaseerd op een plaatsing van Stölzel in een ontoegankelijke bron.[12]

In 1999 werd het verloren gewaande archief van de SingAkademie na jarenlange zoekacties in Kiev door Christoph Wolff teruggevonden.[13] Het bleek dat in de chaos aan het einde van de oorlog Russische troepen het archief hadden meegenomen naar Oekraïne waar het in Kiev in het Archiefmuseum voor Literatuur en Kunst van Oekraïne belandde en als Fonds 441 in uitstekende staat bewaard was gebleven.[14] Desalniettemin werd het manuscript, met de toen nog vijf Stölzel-aria’s, nog steeds in 2006 als verloren beschouwd.[15] Datzelfde jaar werd het manuscript echter beschreven in een publicatie van het Bach Archive, bewerkt door Wolfram Enßlin.[16][17]

In 2009 werd een volledige catalogus van het archief van de SingAkademie gepubliceerd waarin het manuscript dat vijf aria’s van Stölzel bevatte en werd aangeduid met: SA 808.[18]

Zeven aria's[bewerken]

In 2017 zijn "Bist du bei mir" en de zes andere aria’s[19][20] van het manuscript SA 808 geïdentificeerd als afkomstig van de opera Diomedes van Stölzel.[21] Het archief van de SingAkademie werd overgedragen aan de Berlijnse Staatsbibliotheek, die een kopie van het manuscript maakte en dat de Diomedes aria’s op hun website zette.[22][23]

Populariteit[bewerken]

"Bist du bei mir" is een zeer populair geworden bij huwelijksceremonies en soortgelijke gelegenheden.[24][25]
De vraag of de perceptie en populariteit van het stuk zou zijn beïnvloed als het manuscript eerder als van Stölzel zou zijn geïdentificeerd, blijft onbeantwoord.[26]

Verschil Stölzel- en Bach-versie[bewerken]

De versie van de basso continuo in BWV 508 is agressiever en langduriger dan in de bestaande orkestversie van de aria van Stölzel. Het is onzeker van wie deze stem voor de basso continuo afkomstig is, omdat het notenschrift ervan in het Notenbüchlein van de hand van Anna Magdalena Bach is en zij geen componist heeft vermeld.
In een essay in het Bach-Jahrbuch 2002 speculeert Andreas Glöckner dat zij het lied moest hebben verkregen uit de inventaris van de Opera van Leipzig, die in 1720 failliet ging, of dat het simpelweg een populair lied was dat bijna iedereen in Leipzig kende en dat het geschikt werd geacht als Hausmusik.[27]

Tekst[bewerken]

Bist du bei mir, geh ich mit Freuden
zum Sterben und zu meiner Ruh.
Ach, wie vergnügt wär so mein Ende,
es drückten deine schönen Hände
mir die getreuen Augen zu!

Als jij bij mij bent, dan ga ik met vreugde
naar de dood en naar mijn rust.
Ach, hoe aangenaam zou mijn einde zijn
als jouw mooie / lieve handen
mijn trouwe ogen zouden sluiten.
[28]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Opnames[bewerken]