Bist du bei mir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

"Bist du bei mir" (Duits voor: Ben jij bij mij) (BWV 508) is een aria uit het Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach. Deze aria werd lange tijd aan Johann Sebastian Bach toegeschreven, maar de melodie komt uit Gottfried Heinrich Stölzels opera Diomedes, oder die triumphierende Unschuld, die op 16 november 1718 in Bayreuth werd uitgevoerd. De muziek van de opera is verloren gegaan. De aria maakte deel uit van de muziekbibliotheek van de Berliner Singakademie en werd na de Tweede Wereldoorlog als verloren gegaan beschouwd, totdat hij in 2000 in het Conservatorium van Kiev werd herontdekt. De becijferde bas van BWV 508 is meer geagiteerd en continu in zijn stemvoering dan de originele aria van Stölzel. Het is onzeker van wie deze baslijn afkomstig is, omdat de opname in het Notenbüchlein van Anna Magdalena Bachs hand is. In een essay in het Bach-Jahrbuch 2002 speculeert Andreas Glöckner dat zij het lied moest hebben verkregen uit de inventaris van de Opera van Leipzig, die in 1720 failliet ging, of dat het simpelweg een populair lied was dat bijna iedereen in Leipzig kende, en dat het geschikt werd geacht als Hausmusik.[1]

Tekst[bewerken]

Bist du bei mir, geh ich mit Freuden
zum Sterben und zu meiner Ruh.
Ach, wie vergnügt wär so mein Ende,
es drückten deine schönen Hände
mir die getreuen Augen zu!

Als jij bij mij bent, dan ga ik met vreugde
naar de dood en naar mijn rust.
Ach, hoe aangenaam zou mijn einde zijn
als jouw mooie / lieve handen
mijn trouwe ogen zouden sluiten.
[2]

Zie ook[bewerken]

Opnames[bewerken]

Externe links[bewerken]