Bloedorde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De voor- en keerzijde van de medaille

Het Ereteken van 9 november 1923 (Duits: Ehrenzeichen vom 9. November 1923), meestal de Bloedorde of Blutorden genoemd, was een ereteken in de vorm van een medaille (het was zeker geen ridderorde) die herinnerde aan de mislukte Bierkellerputsch, een amateuristische machtsgreep van de nog jonge NSDAP in München. De beoogde staatsgreep eindigde in een schietpartij met de politie buiten de Münchener residentie, voor de gevel van de Feldherrnhalle.

Hitler, de aanstichter, ontkwam, maar vier politieagenten, een voorbijganger en zestien van de ongeveer 2000 nationaalsocialisten en hun meelopers werden gedood.

In 1933 greep de NSDAP alsnog de macht, nu met min of meer legale middelen. Hitler liet de zestien doden herbegraven in een monument en stichtte in 1934 een medaille die een tijdlang, tot de stichting van de Duitse Orde in 1943, de hoogste Duitse onderscheiding zou zijn. Hitler heeft de Bloedorde zelf nooit gedragen.

Deze Duitse Orde werd overigens aan het lint van de Bloedorde om de hals gedragen. Het lint was iets breder.

De Bloedorde is een ronde zilveren medaille. Op de voorzijde staat een adelaar met in de klauwen een krans waarin de datum "9 Nov." staat. Rechts daarvan staat "MÜNCHEN 1923 - 1933". Op de keerzijde is de neoklasieke Feldherrnhalle afgebeeld met daarachter een swastika die als een zon opkomt. Daarboven staat "UND IHR HABT DOCH GESIEGT".

Er zijn twee uitvoeringen bekend, met de signatuur J.FUESS en het gehaltestempel "990" en een stempel zonder signatuur en het gehaltestempel "800". De medaille werd aan een roodlint met een zwart-witte bies op de linkerborst gedragen.

Hitler verleende de medaille aan 1500 van zijn medeplichtigen in 1923. Na mei 1938 werd de medaille ook aan enige verdienstelijke partijleden verleend omdat zij voor hun in opdracht van de NSDAP begane terreurdaden ter dood waren veroordeeld. Deze mannen waren door de regering van de Weimarrepubliek overigens allen gespaard. Ook zij die in straatgevechten zwaargewond waren geraakt of langer dan een jaar in de gevangenis hadden moeten doorbrengen voor hun aandeel in het nazi-geweld kregen deze medaille.

Ook de kadetten van de jaargang 1923/1924 van de militaire school in München werden met de medaille onderscheiden.

Er werden in totaal ongeveer 600 (genummerde) medailles verleend. De laatste werd op 4 juni 1942 postuum verleend aan de door het Tsjechische verzet gedode Rijksprotector van Bohemen, Reinhard Heydrich.

Het insigne na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Deze medaille is met een hakenkruis versierd. Als gevolg daarvan is het verzamelen, tentoonstellen en verhandelen van deze onderscheiding in Duitsland aan strenge wettelijke regels is onderworpen.

De geallieerde mogendheden hebben na de bezetting van Duitsland het dragen van alle Duitse orden en onderscheidingen, dus ook die uit het Duitse Keizerrijk van vóór 1918, verboden. Dat verbod is in de DDR altijd van kracht gebleven. Op 26 juli 1957 vaardigde de Bondsrepubliek Duitsland een wet uit waarin het dragen van onderscheidingen met daarop hakenkruizen of de runen van de SS werd verboden. Het dragen van dit insigne werd, net als het dragen van de Orde van Verdienste van de Duitse Adelaar, streng verboden. Ook het verzamelen, tentoonstellen en afbeelden van de onderscheiding werd aan strenge regels gebonden. Een aantal onderscheidingen werd ontdaan van de hakenkruizen en soms van hakenkruis en adelaar. In deze gedenazificeerde uitvoering mochten de onderscheidingen worden gedragen.[1] Met deze medaille is dat niet het geval.

Een medaille bracht in 2008 op veilingen desondanks ongeveer 3000 euro op.[2]

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Hilde Kammer und Elisabet Bartsch: Jugendlexikon Nationalsozialismus. Begriffe aus der Zeit der Gewaltherrschaft 1933-1945, Rowohlt Taschenbuch Verlag, 1982 (S. 39)

Externe link[bewerken]

Bronnen
  1. (de) Ordensjournal met afbeeldingen Geraadpleegd op 7 februari 2014
  2. Nimmergut Katalog No. 3703 en 3704