Brabantia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Broodtrommel en voorraadbus met dessin

Brabantia is een familiebedrijf uit 1919 met het hoofdkantoor in de Noord-Brabantse plaats Valkenswaard. De onderneming ontwikkelde zich als metaalwarenfabriek in Aalst. Daar werden vooral na 1945 onder de merknaam 'Brabantia' gebruiksvoorwerpen voor in het huishouden werden gemaakt. Sinds 1999 vindt de productie elders plaats.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

In 1919 startte Johannes Marinus van Elderen in Aalst met 15 werknemers een blikwarenfabriek onder de naam Van Elderen en Co.. Men begon met de productie van melkbussen, kannen, zeven en trechters. Voor de sigarenindustrie werden sigarenblikjes vervaardigd. Vanaf 1930 werd het bedrijf toeleverancier van onder meer Philips. Voor Philips werden behuizingen van radiotoestellen vervaardigd. In 1925 bedroeg het personeelsbestand in het sterk uitgebreide bedrijfscomplex (10.000 m²) al 125 personen.

De naam werd gewijzigd in: Van Elderen’s Metaalwarenfabrieken Brabantia en vanaf omstreeks 1941 werd vooral de naam Brabantia gebezigd.

Vooral na de Tweede Wereldoorlog werd het zwaartepunt verlegd naar keukenbenodigdheden. Keukentrappen, strijkplanken, voorraadbussen, broodtrommels en dergelijke kwamen sinds 1950 in productie. In 1952 werden de eerste pedaalemmers geproduceerd. Niet lang daarna werd een bestaande machinefabriek in Valkenswaard overgenomen , de Van Best fabriek, die al loonwerk voor Brabantia verrichtte en als zelfstandig bedrijf binnen het concern bleef bestaan. Verdere economische groei zorgde voor ruimtegebrek en het bedrijf besloot in 1959 om twee nieuwe fabrieken te bouwen met elk aparte productielijnen. De opening van deze fabrieken vond plaats in 1960. Het aantal werknemers in Valkenswaard bedroeg op dat moment tweehonderd , eind jaren zestig groeide dat aantal tot ruim zevenhonderd. [1] [2]

In 1965 werd een fabriek in Overpelt geopend, terwijl in hetzelfde jaar de Eerste Groninger Apparaten- en Metaalwarenfabriek (EGAM) te Roden werd overgenomen. De export nam toe tot een kwart van de totale productie.

Vier jaar later (1969) werd het iconische Patrice-print geïntroduceerd, ontworpen door Patricia van Uden. Het dessin met bruine en fuchsia bloemen op een oranje achtergrond groeide al snel uit tot een seventies-icoon. In 1972 werd de eerste droogmolen geproduceerd.

In 1985 werd de Brabantia kurkentrekker Classic geïntroduceerd waarvan er miljoenen werden verkocht. In 2006 werd de eerste droogmolen die aan de muur bevestigd kon worden op de markt gebracht, de Wallfix. Ook kledingrekken, sinaasappelpersen en dergelijke kwamen in het assortiment.

In 2019 verwierf Brabantia het predicaat Koninklijke ter gelegenheid van de honderdste verjaardag. In dit jaar werd in het Waalres Museum een tentoonstelling aan het bedrijf gewijd. Dit museum beheert ook de Brabantiacollectie, waarin een groot aantal producten van Brabantia is samengebracht.

Productgroepen[bewerken | brontekst bewerken]

Brabantia kent vier productgroepen:

  • Afval verzamelen
  • Wassen en strijken
  • Keuken en koken
  • Badkamer en toilet

Productie[bewerken | brontekst bewerken]

In 2022 beschikte Brabantia over drie fabrieken, en wel in Overpelt (België), Talsi (Letland) en Zhuhai (China), evenals een assemblage- en afwerkingsfabriek in Bristol (Engeland). De fabriek in Aalst is kort voor 1999 afgestoten en het omvangrijke terrein werd herontwikkeld onder de naam Brabantiapark. Er verrezen appartementen en de straten herinneren met namen als blikslagerij, chromerij, stamperij en knipperij aan de werkzaamheden die hier ooit plaatsvonden.

Overnames[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 2017 heeft Brabantia Holding het Eindhovense designlabel Dutchdeluxes overgenomen. Dit bedrif levert wereldwijd onder meer broodplanken, dienbladen, ovenwanten en lederen schorten voor het topsegment van de markt.
  • Eind 2021 werd het Spaanse merk Lékué overgenomen. Dit levert allerlei keukenbenodigdheden, vaak vervaardigd uit siliconen.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]