Brabantsche Olijfberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kerk aan de Lange Winkelstraat te Antwerpen.

De Brabantsche Olijfberg is de naam van de protestantse gemeenschap van Antwerpen gedurende de periode dat ze in het geheim samenkwam ten tijde van de Oostenrijkse Nederlanden. Het kerkgebouw dat sinds 1821 in gebruik is van de protestantse gemeente Antwerpen-Noord van de Verenigde Protestantse Kerk in België wordt ook met deze naam aangeduid. Het laatgotische kerkgebouw, dat opgericht werd in 1615, is gelegen aan de Lange Winkelstraat en is als monument erkend. Het is het enige dat nog rest van het rooms-katholiek klooster van de zusters Annunciaten in Antwerpen.

Geschiedenis[bewerken]

Na de Val van Antwerpen in 1585 werd door de Spaanse koning gepoogd een rooms-katholieke opleving te bewerkstelligen en alle zichtbare invloeden van de Reformatie teniet te doen. Daartoe werden onder meer nieuwe bisdommen ingesteld en talrijke nieuwe kloosters en kerken gesticht, waaronder ook dit vrij groot klooster van de Annunciaten in Antwerpen. Op 26 augustus 1615 werd de eerste steen van de kloosterkerk gelegd door Isabella van Spanje en haar echtgenoot Albrecht van Oostenrijk, op dat moment de vorstin en vorst van de Zuidelijke Nederlanden. Toch bleven er in deze religieus woelige tijden enkele protestantse eilandjes bestaan, zo kwam in Antwerpen de "Brabantse olijfberg" in het geheim bijeen. De naam duikt voor het eerst op ter aanduiding van deze gemeenschap in het midden van de 17de eeuw. Het prominentste lid van deze gemeente was ongetwijfeld de schilder Jacob Jordaens, die zijn huis vanaf 1674 tot zijn dood in 1678 geregeld ter beschikking stelde voor de viering van het Heilig Avondmaal.

Met de Vrede van Utrecht (1713) kwam een einde aan de Spaanse Successieoorlog. Een van de bepalingen uit het vredesverdrag was dat de Habsburger Karel VI de Zuidelijke Nederlanden kreeg, wat het begin betekende van de Oostenrijkse tijd in België. In 1781 voerde keizer Jozef II een aantal grote hervormingen door. Zo bepaalde hij onder meer dat kloosterorden die geen sociaal doel hadden, verboden werden. Omdat de zusters annunciaten een bid- en bedelorde vormden zonder duidelijk sociaal doel, kwam er een einde aan het rooms-katholieke gebruik van het klooster en de kerk.

De sacristie en later ook de kerk werden gebruikt als stal voor de paarden van Oostenrijkse, en vervolgens Franse officieren. De revolutionaire Franse legers veroverden de Oostenrijkse Nederlanden in 1794, tijdens de Eerste Coalitieoorlog. De Fransen besloten het klooster en de kerk openbaar te verkopen maar slaagden er niet in een koper te vinden voor de kerk zelf en enkele bijgebouwen. Die werden daarom in gebruik genomen als militaire gebouwen. In de refter van het vroegere klooster werd een militaire bakkerij gevestigd. Toen daar een brand ontstond sloeg die over naar de kerk, waardoor de toren en ook het dak van de kerk instortten.

Nadat Napoleon Bonaparte in 1815 was verslagen, werd Willem I koning der Nederlanden. Hij kende de voormalige kloosterkerk (zonder toren) toe aan de protestanten, die onder zijn bewind hun geloof ongehinderd mochten uitoefenen. Op 1 juli 1821 werd de voormalige kloosterkerk dan ook als protestantse kerk ingewijd door predikant C.P. Winckel. De binneninrichting van de kerk werd hiervoor aangepast aan de wensen van de protestantse eredienst. Kolonel W.B.E. Paravicini di Capelli, die verantwoordelijk was voor de magazijnen van het leger, waartoe ook de resten van het klooster behoorden, stond in voor de verbouwing en herstelwerken. De toren werd niet hersteld, maar de kerk kreeg wel een klokkenhuis waar in 1822 de luidklok van de citadelkerk van het voormalige Zuidkasteel in werd opgehangen. De naam van de klokkenmaker en het jaartal staan in een inscriptie op de klok: 'Gregorius Herndoerfer Hallensis Saxioniae me fecit a(nn)o MDMCXVI': Gregorius van Halle in 1616.

Gedurende de 19e eeuw onderging het gebouw enkele kleinere restauraties. Een grote restauratie, quasi 'make-over' vond plaats tussen 1905-1909, geïnitieerd en bekostigd door de Duitstalige Lutherse gemeenschap, die het kerkgebouw zijn huidige aanzicht gaf. Het interieur werd geheel opnieuw ingericht in neo-gothische stijl, het koor in ere hersteld, de glas-in-loodramen en een orgel werden geplaatst. De buitenlijnen van het gebouw bleven ongewijzigd. Enkel de voorgevel werd verfraaid. Een nieuw restauratiedossier werd eind twintigste eeuw ingediend, waarvan de eerste fase (voorgevel) is uitgevoerd in 2014-2015. De tweede fase (restauratie van de zijgevel en het dak) is voorzien voor 2016.

Architecturale kenmerken[bewerken]

Bezienswaardig zijn de glas-in-loodramen in het koor uit 1907, vervaardigd door de in Antwerpen gevestigde 'Glasmalerei' Ph. Hochreiter & F. Geier. Zonder meer uniek is het grote herinneringsvenster op het oksaal (in de voorgevel) dat expliciet verwijst naar de restauratie door de Duitse gemeenschap uit het begin van 20ste eeuw. In dit venster zijn de symbolen en wapenspreuken van België, Nederland en Duitsland in één ring samengebracht. In 2015 werd dit venster geheel gerestaureerd. Ook de luidklok van het voormalige Zuidkasteel is meegenomen in deze restauratiefase en sindsdien weer in functie. In veel oudere literatuur wordt als architect van de kerk vaak Wenceslas Cobergher genoemd, maar hiervan werd in de archieven geen enkel spoor gevonden. De laatgotische stijl spreekt ook tegen deze toewijzing.

Externe links[bewerken]