Broken windows theory

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

De broken windows theory is een criminologische theorie. De theorie werd geïntroduceerd in 1982 door de sociale wetenschappers James Q. Wilson en George L. Kelling. De theorie stelt dat omgevingen die reeds vervuild zijn, meer vuil aantrekken. Zo zal een appartementsgebouw met een gebroken raam vandalisme aantrekken en zullen er meer ramen sneuvelen. De theorie stelt dat het onderhouden en proper houden van een stedelijke omgeving een preventief effect heeft ten aanzien van kleine misdrijven zoals vandalisme, openbare dronkenschap en belastingontduiking. Het ordelijk houden van de omgeving zorgt er met andere woorden voor dat er orde en tucht heerst. De broken windows theory is een van de meest bekende criminologische theorieën, maar is eveneens het voorwerp van controverse.

Ingeslagen ruiten in het gefaalde sociale-woningbouwproject Pruitt-Igoe, in Saint Louis (Missouri)

Wilson en Kelling introduceerden de broken windows theory voor het eerst op maart 1982, in The Atlantic Monthly, in een artikel getiteld Broken Windows. De titel is afkomstig van het volgende voorbeeld: "Beschouw een gebouw met enkele gebroken vensters. Als de vensters niet worden hersteld, ontstaat de tendens bij vandalen om enkele andere vensters te breken. Uiteindelijk kunnen de vandalen zelfs inbreken in het gebouw, en - indien het gebouw niet bewoond wordt - krakers worden of binnen vuurhaarden ontsteken. Of neem een trottoir waar zich wat afval opstapelt. Uiteindelijk zullen mensen zelfs hele zakken vol afval achterlaten of zelfs inbreken in auto's".

De theorie werd toegepast bij de misdaadbestrijding in New York City na de verkiezing van burgemeester Rudy Giuliani in 1993. Gedurende de jaren 90 werd een nultolerantiebeleid gevoerd teneinde de criminaliteitscijfers te laten dalen.