Buikhuisen, dom én slecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Buikhuisen, dom én slecht is een bundeling columns uit het opinieweekblad Vrij Nederland van Piet Grijs (pseudoniem van Hugo Brandt Corstius) uit 1978. Alle gaan over het onderzoek van de criminoloog Wouter Buikhuisen zodat die, in het boekje bij elkaar gezet, een kritisch pamflet vormen.

Ontstaansgeschiedenis[bewerken]

De aanleiding van het boekje was de rel die op 21 april 1978 over Buikhuisens plannen ontstond en die op 28 april alweer afgelopen leek.[1]

Oorspronkelijke verschijningsdata[bewerken]

De columns verschenen in het weekblad Vrij Nederland van 6 mei 1978 tot 2 september van dat jaar:

  • 'Biologie en misdaad' (6 mei 1978)
  • 'Foto's met zweet' (13 mei)
  • 'Tomaten en marihuana' (20 mei)
  • 'Viermaal bedrieger' (27 mei)
  • 'Bio-theologie' (3 juni)
  • 'Een toverformule' (10 juni)
  • 'Alcohol en Van Agt' (17 juni)
  • 'De medestanders van B.' (24 juni)
  • 'B. trekt terug' (1 juli)
  • 'Nazi-Duitsland en Zuid-Afrika' (8 juli)
  • 'Te veel angst of te weinig?' (15 juli)
  • 'Uw sterfdag is bekend' (22 juli)
  • 'Eysenck en Van Weringh' (29 juli)
  • 'Een uitdaging' (5 augustus)
  • 'Hoe moet het nu verder?' (2 september)

Een strategische uitgave[bewerken]

De bundeling van de columns vormde zelf een strategische stap in de affaire. Niet alleen bleef de kritiek zodoende langer verkrijgbaar dan in het weekblad, maar werd ook een breder publiek bereikt dan alleen de lezers van Vrij Nederland. En het was Grijs erom te doen dat de rel niet zou uitdoven. Volgens Grijs ging Buikhuisen er namelijk van uit 'dat de weerzin die zijn benoeming in april opwekte, wel zal wegebben. Er zit voor mij dus niets anders op dan om hem te blijven bestoken'.[2] In De Groene Amsterdammer van 5 juli 1978 zou 'de onrechtmatigheid van de benoeming nog eens precies gedocumenteerd' staan.[3]

Inhoud[bewerken]

In weerwil van de titel gaat het boekje niet alleen over Buikhuisen en diens medestanders, maar via hem over de criminologie als wetenschap: 'is het wel eerlijk om Buikhuisen te blijven vervolgen? Zijn alle andere criminologen, en alle gammawetenschappers in het algemeen, niet net zoals Buikhuisen, of nog erger? Antwoord: kan best wezen, maar je moet ergens beginnen en Buikhuisen staat toevallig vooraan.'[4] Bovendien komt niet alle kritiek van Grijs, maar wordt ook kritiek van anderen aangehaald, zoals van de jurist en socioloog prof. Kees Schuyt uit het Nederlands Juristenblad van 27 mei 1978.[5] Waardering heeft Grijs wel voor de Engelse psycholoog Hans Eysenck, die tussen biologie en criminaliteit 'een interessante theorie, met veel verve gebracht' plaatst over 'erfelijkheid en persoonlijkheid.'[6] Buikhuisen zou ten onrechte Mednick als zijn voorganger hebben aangewezen, volgens Grijs 'in de veronderstelling dat niemand zo'n man ook echt gaat lezen, en in de bij zwak-wetenschappelijk begaafden wel meer voorkomende mening dat wat gedrukt staat waar is.'[7]

Een uitdaging[bewerken]

Op 5 augustus gaf Grijs op met welke literatuur hij zich in de criminologie had ingelezen: naast het lezen van Buikhuisen zelf ('een vervelend karwei') worden genoemd Dessaur, Nagel, Hoefnagels, Bianchi, Bonger en Van Bemmelen, 'benevens enige buitenlandse standaardwerken.'[2] Dit brengt hem ertoe Buikhuisen uit te dagen voor een duel: 'Al met al heb ik nu het vreemde gevoel dat ik meer van criminologie weet en begrijp dan dr. Wouter Buikhuisen. Ik daag hem hierbij uit tot een openbaar vergelijkend examen.'[2]

Nawerking[bewerken]

De affaire leidde ertoe dat de Leidse universiteit in navolging van Brandt Corstius het onderzoeksplan van Buikhuisen verdacht begon te vinden en de hoogleraar ontsloeg. De zaak heeft sterk en blijvend bijgedragen aan de reputatie van Brandt Corstius als genadeloos columnist die in zijn kritiek op andermans methodologie geen middel onbenut liet en het argumentum ad hominem niet schuwde. Dit kwam ter sprake in vrijwel alle necrologieën die 35 jaar later aan Brandt Corstius gewijd werden. Op dat moment was het gewraakte onderzoek dat Buikhuisen had willen doen naar het verband tussen criminaliteit en biologische factoren, allang een algemeen geaccepteerde onderzoeksdiscipline. Sommigen beschouwen de acties van Brandt Corstius jegens Buikhuisen als een voorbeeld van karaktermoord.[8] Zelf is Brandt Corstius achter de artikelserie blijven staan, hij gaf nog in 2009 te kennen niet van mening te zijn veranderd.[9]