Carringtondoctrine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Carrington-doctrine)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De carringtondoctrine is een begrip uit de politiek dat inhoudt dat een bewindspersoon (een minister of staatssecretaris) moet aftreden als de diensten die onder zijn verantwoordelijkheid opereren ernstig tekortgeschoten zijn, ook als deze bewindspersoon daar persoonlijk niet van op de hoogte was en er ook niets aan had kunnen doen.

Dit principe kan op twee manieren tot uitdrukking komen:

  1. Een bewindspersoon neemt zelf ontslag als blijkt dat zijn of haar ministerie gefaald heeft.
  2. Het parlement neemt een motie van wantrouwen tegen de bewindspersoon aan, en stuurt deze daarmee weg.

De term "carringtondoctrine" is ontstaan in april 1988, toen VVD-Kamerlid Frits Bolkestein tijdens de parlementaire enquête naar bouwsubsidies de opstelling van de vroegere Britse minister Carrington ten voorbeeld stelde.

Lord Carrington was minister van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk op het moment dat Argentinië de Falklandeilanden binnenviel. Drie dagen na die invasie, op 5 april 1982, trad Carrington af, omdat zijn diensten deze inval volstrekt niet zouden hebben voorzien. Over het algemeen werd aangenomen dat dat hij daar persoonlijk niets aan had kunnen doen. Zijn reactie was "It seemed the honourable thing to do.". In Engelse politiek werd "to do the honourable thing" een ander woord voor 'aftreden'. Bij nader inzien blijkt het aftreden van Carrington echter toch een reactie te zijn op eigen falen en niet - zoals de naar hem vernoemde doctrine veronderstelt - op dat van z'n ambtenaren. Carrington en zijn collega's uit de regering-Thatcher bleken namelijk wel degelijk geïnformeerd te zijn door inlichtingendiensten over de ophanden zijnde aanval door Argentinië, maar sloegen de adviezen bewust in de wind.[1]

De benaming "carringtondoctrine" suggereert dat het een internationaal bekende politieke leer is, zoals de trumandoctrine of de monroedoctrine. De benaming carringtondoctrine wordt echter alleen in Nederland gehanteerd.

Het tegenovergestelde van de carringtondoctrine is sorry-cultuur of sorrydemocratie, wat inhoudt, dat een minister na een ernstige fout alleen "sorry" hoeft te zeggen, en dan gewoon kan blijven zitten.