Cerebellaire hypoplasie (dieren)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor cerebellaire hypoplasie bij mensen, zie Cerebellaire hypoplasie (mensen)

Cerebellaire hypoplasie bij dieren is een afwijking die vooral bij katten en honden aangetroffen wordt. Karakteristiek voor deze ziekte is dat het cerebellum tijdens de geboorte niet geheel volgroeid is. Bij katten zijn de symptomen meteen bij de geboorte zichtbaar, bij honden kan het enkele maanden duren voordat de symptomen zich manifesteren. De afwijking uit zich met name in tremoren, een verstoorde motoriek en loopproblemen.

De afwijking kan zijn aangeboren, maar ook het gevolg zijn van tijdens het leven opgelopen bacteriële of virale infecties zoals feliene panleukopenie[1]. Andere mogelijke oorzaken zijn ondervoeding, vergiftiging, verwonding of ongelukken die tijdens de gestatie de foetus hebben getroffen.

Een nauw aan cerebellaire hypoplasie verwante aandoening is cerebellaire abiotrofie. Deze afwijking wordt behalve bij katten en honden ook vaak bij paarden, schapen en ander vee aangetroffen. Deze laatste afwijking onderscheidt zich van cerebellaire hypoplasie doordat de oorzaak het verdwijnen van purkinjecellen is, iets dat pas na de geboorte van het dier plaatsvindt.