Citadel van Kortrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De citadel afgebeeld door Sébastien Pontault de Beaulieu (1646)

Citadel van Kortrijk is de citadel die in 1647 werd gebouwd door de Franse tegen de Spaanse troepen.

Geschiedenis[bewerken]

Voorgeschiedenis[bewerken]

De Franse koning zat verwikkeld in een oorlog met Spanje, dit omdat hij zijn recht op Vlaanderen wou opeisen. Hij viel daarom Vlaanderen binnen waar hij op hevig verzet botste van de Spaanse troepen. Over geheel Vlaanderen werd gevochten en op 13 juni 1646 begon de belegering van Kortrijk. Spaanse troepen zaten verschanst achter de stadsmuren terwijl twee grote Franse legers Kortrijk omsingelden. Er waren vele gevechten en beide machten waren aan elkaar gewaagd. Uiteindelijk ondertekenden ze beiden het capitulatieverdrag op 28 juni in het voordeel van Frankrijk.

Bouw van de citadel[bewerken]

De gevechten gingen maar door tussen de twee grootmachten. In 1647 kwam er een nood aan huisvesting voor de Franse soldaten en paarden in de Kortrijkse stad. Daarvoor bouwde men op de plaats van de Gentpoort een 5 ha grote citadel. Ook bouwde men er drie hoornwerken bij. Samen had dit bouwwerk een oppervlakte van 21,2 ha. Deze citadel diende niet alleen voor het herbergen van soldaten maar ook om zich te verdedigen tegen buitenstaande legermachten en opstanden in de stad. Ze moesten echter wel een open veld hebben naar de stad toe om deze, indien nodig, te kunnen beschieten. Daarvoor ruimden ze een deel van de stad. Het Plein is daar nu nog een overblijfsel van. Natuurlijk waren deze bouwwerken niet enkel bedoeld als verdediging van Frankrijk maar ook als uitvalsbasis om verder Vlaanderen te veroveren.

Deze bouwwerken konden niet zo rap beëindigd worden met enkel vrijwillige loonarbeiders. Men ging mensen van de stad ronselen. De omstandigheden waren ondermaats: de lonen waren laag en ze werden ruw behandeld.

Door deze bouwwerken kon Frankrijk heel veel tegenstand bieden tegen zijn Spaanse en Oostenrijkse tegenstanders. Zo een tegenstand zelfs dat enorme legermachten rechtsomkeert moesten maken. Uiteindelijk konden de Spanjaarden Kortrijk toch heroveren. De citadel bleef zich echter wel enige tijd verdedigen en weigerde een capitulatie. Een zware en krachtige belegering was het Spaanse antwoord hierop. Door de drainage van de gracht kon men de citadel gemakkelijk aanvallen. Uiteindelijk was geheel Kortrijk op 25 mei 1648 terug in Spaanse handen. Het volk was uitgelaten.

Er bleef een Spaanse permanentie in de citadel. Het werd een spel van de verschillende steden om de Spaanse garnizoenen af te kopen, met schrik bij de bevolking als gevolg. In 1658 vielen de Fransen Vlaanderen weer binnen. Kortrijk werd weer geteisterd tot 1659. In dat jaar werd de Vrede van de Pyreneeën gesloten en verlieten de Franse troepen weer de streek. Zo ging het gedurende bijna geheel de tweede helft van de 17e eeuw door. Hierbij werden er bijna constant afwisselend delen van de citadel bijgebouwd en afgebroken.

Vernietiging van de citadel[bewerken]

Uiteindelijk kwam Kortrijk weer in 1667 in Franse handen. Toen er in de winter van 1683-1684 een zware hongersnood heerste werd het leven in Kortrijk zeer moeilijk. Dit resulteerde uiteindelijk in het bestand van Regensburg. Hierin stond dat Kortrijk volledig ontmanteld moest worden. Dit hield in dat alle stadsversterkingen moesten afgebroken worden. Onder andere de citadel en het Bourgondisch kasteel van Kortrijk werden door buskruit vernield. Ook de stadsmuren werden afgebroken. Sinds eind 1684 werd Kortrijk zo een open stad.

Zie ook[bewerken]