Claude-Louis Berthollet
| Claude-Louis Berthollet | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Geboortedatum | 9 december 1748[1] | |
| Geboorteplaats | Talloires | |
| Overlijdensdatum | 6 november 1822[1] | |
| Overlijdensplaats | Arcueil[2] | |
| Handtekening | ||
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Universiteit van Turijn (doctoraat – 1768) | |
| Promotor(s) | Antoine Lavoisier | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied(en) | scheikunde, politiek, geneeskunde | |
| Werklocatie | Parijs[3] | |
| Erkenning en lidmaatschap | ||
| Ambt | Pair of France (4 juni 1814 – 1822), member of the Sénat conservateur (24 december 1799), president van de Franse Academie van Wetenschappen (1800 – 1801), directeur (Gobelinfabriek – 1784), professor (École normale – januari 1795 – mei 1795), professor (École polytechnique – december 1794), vicepresident (Institut d'Égypte) | |
| Lid van | Royal Society (30 april 1789), Société Philomathique de Paris, Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen, Academie des sciences (21 april 1780), American Academy of Arts and Sciences, Pruisische Academie van Wetenschappen, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Beierse Academie van Wetenschappen en Geesteswetenschappen, Turijnse Academie van Wetenschappen (17 december 1786), Institut de France (1795), Institut d'Égypte (1798 – 1901), Société d'encouragement pour l'industrie nationale (1801), Académie des sciences, belles-lettres et arts de Savoie (1820), Société d'Arcueil (1806), Turijnse Academie van Wetenschappen (18 augustus 1815), Belles-Lettres et Arts Académie des Sciences (1800), Académie Nationale de Médecine (1820), Société libre des sciences et belles-lettres de Montpellier (1806 – 1816) | |
Claude-Louis, graaf van Berthollet (Talloires, 9 december 1748 – Arcueil, 6 november 1822) was een Franse doctor in de geneeskunde maar legde zich vooral toe op de studie van de scheikunde.
Nadat hij korte tijd hoogleraar geweest was aan de École normale te Parijs, werd hij een der medestichters van de beroemde École polytechnique, waar hij hoogleraar in de chemie werd. Hij gaf twee theoretische werken uit, Essay de statistique chimique (1803) en Recherche sur les lois de l'affinité (1801), die de grondslag vormden van de wet der massawerking, pas 60 jaar nadien door Guldberg en Waage opgesteld.
Hij ontkende de juistheid van de wet van de gehele proporties, die was voorgesteld door Proust. Berzelius toonde echter aan dat Proust gelijk had en Berthollet moest zijn verzet opgeven. Veel later echter bleek dat in het geval van vaste stoffen er wel degelijk verbindingen bestaan waarvan de stoichiometrie aanzienlijk kan variëren. Deze stoffen zijn niet moleculair van aard en worden naar Berthollet wel bertholliden genoemd.
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- 1 2 Nationaal Normbestand van Duitsland; geraadpleegd op: 27 april 2014.
- ↑ www.accademiadellescienze.it; Turijnse Academie van Wetenschappen-identificatiecode: claude-louis-berthollet; geraadpleegd op: 1 december 2020.
- ↑ Nationaal Normbestand van Duitsland; geraadpleegd op: 4 maart 2015; GND-identificatiecode: 119071029.