Coöperatie Laatste Wil

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Coöperatie Laatste Wil (CLW) is een Nederlandse coöperatie met als doelstelling het beschikbaar stellen van middelen waarmee de volwassen leden van de coöperatie hun leven kunnen beëindigen op een door hen gekozen moment, zonder tussenkomst van anderen en op een waardige manier. De Coöperatie Laatste Wil is een initiatief van Gert Rebergen en Jos van Wijk. In 2013 werd de coöperatie ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Uitgangspunt[bewerken | brontekst bewerken]

Uitgangspunt van de Coöperatie Laatste Wil is de autonomie, het recht op zelfbeschikking van de mens over zijn leven. De CLW pleit voor het afschaffen van artikel 294, lid 2 in het Wetboek van Strafrecht, waarbij hulp bij zelfdoding door niet-medici strafbaar is gesteld. Voor de coöperatie moet levensbeëindiging mogelijk zijn zonder tussenkomst van een beoordelaar en op grond van een persoonlijke afweging.[1]

Met dit autonome standpunt streeft de CLW naar meer ruimte bij levensbeëindiging dan de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (euthanasiewet) van 2002 biedt. De euthanasiewet bepaalt dat een arts medewerking mag verlenen aan het beëindigen van het leven of hulp mag bieden bij zelfdoding mits hij de zorgvuldigheidseisen die de wet stelt, in acht neemt. De zorgvuldigheidseisen geven onder meer aan dat er bij de patiënt sprake moet zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden en er geen redelijke alternatieven voor behandeling meer zijn.[2]

Dodelijk poeder[bewerken | brontekst bewerken]

In 2017 maakte de CLW bekend dat ze een dodelijk poeder op het oog had dat volgens haar geschikt was voor zelfdoding. Het ging om een middel dat vrij verkrijgbaar was (en van zichzelf bedoeld voor andere toepassingen). CLW maakte niet openbaar om welk middel het ging. Wel zou er volgens de CLW slechts 2 gram van nodig zijn voor een zelfdoding, volgens andere berichten in de massamedia werd een hoeveelheid van 8 gram van dit poeder genoemd. Bestelling bij een gewone leverancier zou echter alleen in grotere hoeveelheden mogelijk zijn, wat tot ongewenst rondzwerven van restanten zou kunnen leiden.

In maart 2018 meldde de CLW dat sommige leden het middel gingen inkopen en distribueren naar andere leden, waardoor het probleem van restanten zich niet zou voordoen. Leden die zo een individuele portie bestelden bij een inkoper, zouden dit elk in een kluisje bewaren, dat ook geleverd werd.

Kritiek[bewerken | brontekst bewerken]

Het autonome standpunt leidt buiten de CLW tot kritiek op de coöperatie.[3][4]

De zelfmoord van een vrouw van 19 uit Uden met ook een 'zelfmoordpoeder' (al of niet hetzelfde, besteld op internet en mogelijk gevonden op basis van de beperkte informatie van de CLW en de speculaties op internet over welke stof het zou kunnen zijn) zorgde voor verontruste reacties. Veel verkopers van dergelijke stoffen verkopen ze niet meer zomaar aan particulieren.

Het Openbaar Ministerie (OM) begon in maart 2018 een strafrechtelijk onderzoek naar het handelen van de CLW. De directe aanleiding was de bekendmaking door de CLW op 14 maart dat inkopers het middel daadwerkelijk gingen bestellen. Daarmee konden naar verwachting ongeveer 1000 mensen op korte termijn via de CLW over het middel beschikken. Het zou kunnen gaan om hulp bij zelfdoding door de CLW en/of de leden van de CLW die het zelfdodingsmiddel aan anderen leveren of verspreiden. Er zou ook sprake kunnen zijn van een criminele organisatie. Naast strafrechtelijke mogelijkheden oriënteerde het OM zich op civiele mogelijkheden, zoals een kort geding bij de rechtbank om de activiteiten van CLW te laten verbieden. Het OM verzocht de coöperatie ook om de activiteiten met onmiddellijke ingang te staken.[5]

Reactie van de CLW[bewerken | brontekst bewerken]

Op 22 maart 2018 werd bekend dat de Coöperatie ging stoppen[6] met het verstrekken van het dodelijk poeder. Ruim 1100 leden hadden zich aangemeld voor een bijeenkomst waar ze het poeder gezamenlijk zouden kunnen kopen. De reden van opschorting was dat de coöperatie vond dat ze door justitie werd gelijkgesteld met een criminele organisatie. De coöperatie verklaarde niets tegen de wet in te doen en wilde eerst duidelijkheid over onwettelijk handelen van zichzelf. Onder druk van het OM is de coöperatie vervolgens definitief gestopt met het geven van informatie over het poeder en met de inkoopgroepen. Er was een te groot strafrechtelijk risico voor de inkopers.[7]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]