Code van Bordeaux

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De code van Bordeaux is een journalistieke werkwijze waarvan geacht wordt dat journalisten zich eraan houden. De code werd in april 1954 in Bordeaux in Frankrijk aangenomen door The International Federation of Journalists (de internationale federatie van journalisten) op een congres en in 1986 geamendeerd: een negende artikel met betrekking tot racisme werd toegevoegd.

De code[bewerken]

De code luidde als volgt:

  • 1. Eerbied voor waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist.
  • 2. Bij het nakomen van deze plicht zal de journalist opkomen voor de volgende twee beginselen: vrijheid in verantwoord bijeenbrengen en publiceren van nieuws, en het recht van faire commentaar en kritiek.
  • 3. De journalist doet zijn berichtgeving alleen berusten op feiten waarvan hij de bron kent. Hij zal wezenlijke informatie niet achterwege laten en geen documenten vervalsen.
  • 4. Bij het verkrijgen van nieuws, foto's en documenten zal hij op faire wijze te werk gaan.
  • 5. Hij zal bereid zijn elke verstrekte informatie die schadelijk onnauwkeurig blijkt, op royale wijze recht te zetten.
  • 6. Hij zal het beroepsgeheim in acht nemen ten aanzien van de bron van in vertrouwen verkregen informatie.
  • 7. Hij zal als ernstige journalistieke vergrijpen beschouwen:
    • plagiaat
    • laster, smaad, belediging en ongegronde beschuldigingen;
    • het aanvaarden van steekpenningen, in welke vorm ook, tot het verrichten of het achterwege laten van enige publicatie.
    • het kwaadwillig geven van een valse voorstelling van zaken ("malicious misrepresentation")[1]
  • 8. Iedere journalist die deze aanduiding waardig is, beschouwt het als zijn plicht bovenstaande beginselen oprecht in acht te nemen. Met inachtneming van de algemene wetgeving van zijn land zal hij in beroepszaken slechts de rechtspleging van zijn vakgenoten erkennen; hij verwerpt elke tussenkomst van overheidspersonen of anderen.

In 1986 is er tussen het zesde en het zevende artikel een nieuw artikel toegevoegd[2]:

  • 9. De journalist zal zich bewust zijn van het gevaar van door media verspreide discriminatie, en zal al het mogelijk doen om discriminatie te voorkomen, gebaseerd op, o.a., ras, sekse, seksuele geaardheid, taal, godsdienst, politieke of andere meningen en nationale of sociale afkomst.

Interpretatie van de code[bewerken]

De wijze waarop de code geïnterpreteerd wordt is deels afhankelijk van de (lokale) journalistieke cultuur. In Nederland is het bijvoorbeeld gebruikelijk dat een geïnterviewde (een deel van) het artikel ter inzage krijgt om feiten eventueel te corrigeren. In de Verenigde Staten is het juist omgekeerd: een geïnterviewde wordt letterlijk geciteerd, maar krijgt het artikel niet voorafgaand aan publicatie te zien. Amerikaanse journalisten die wel op een dergelijk verzoek tot inzage ingingen, werden ontslagen. Feiten worden door speciale controleurs geverifieerd. Overigens is het in Nederland niet de bedoeling dat een geïnterviewde de schrijfstijl van de journalist herschrijft, dit wordt doorgaans niet door de desbetreffende journalist geaccepteerd.

Het "op faire wijze te werk gaan" betekent dat het toepassen van 'hoor en wederhoor' verplicht is. Minstens twee onafhankelijke bronnen dienen geraadpleegd te worden voor publicatie om subjectiviteit zo veel mogelijk te voorkomen.[bron?]

Externe link[bewerken]