Collectief goed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De oorspronkelijke economische definitie van een collectief goed (meervoud collectieve goederen) is een goed waarbij het onmogelijk is om mensen die niet betalen van gebruik van het goed uit te sluiten, en waarbij de consumptie door de een niet ten koste gaat van de consumptie door de ander. Een andere benaming hiervoor is een publiek goed. In de volksmond worden collectieve goederen echter ruimer gedefinieerd als goederen die door de overheid worden betaald en onderhouden, maar waar de burger gratis gebruik van mag maken.

Voorbeelden[bewerken]

Voorbeelden van collectieve goederen zijn dijken en het leger. De dijk houdt het water tegen voor iedereen, ook de mensen die niet meebetalen. Het leger verdedigt een heel gebied, en daarmee ook mensen die niet meebetalen. Een collectief goed wordt meestal beschouwd als een goed argument dat de overheid er zorg voor dient te dragen. De overheid zorgt dan dat iedereen meebetaalt via algemene belastingheffing. Zodoende wordt het probleem voorkomen dat de dienst niet tot stand komt, omdat iedereen hoopt dat anderen ervoor zullen betalen. Ook wordt daarmee het free-riders probleem voorkomen (het probleem dat mensen gratis de vruchten plukken van een door anderen gefinancierde dienst). Het libertarisme is waarschijnlijk de enige politieke filosofie die zich verzet tegen het financieren van collectieve goederen via belastingen.


We kunnen drie soorten collectieve voorzieningen onderscheiden:

  • Quasi-collectieve goederen
    • Gedeeltelijk profijtbeginsel
    • Overheid creëert een pseudo-markt door middel van contributiesystemen, waarbij de gebruikers toch een zekere bijdrage in de financiering v/d betrokken collectieve voorziening moeten betalen. Die financiering blijft evenwel in hoofdzaak op de algemene middelen steunen.
    • Bijvoorbeeld de Lijn, de NMBS, het autowegennet in sommige landen (bv. péage in Frankrijk), het universitair onderwijs, collectieve sportaccommodatie, onderwijs.
  • Semi-collectieve (semi-private) voorziening
    • De allocatie v/d betrokken goederen en diensten gebeurt wel door de markt, maar krijgen de betrokken instellingen een aanzienlijke overheidssubsidie met de bedoeling het hun mogelijk te maken beneden kostprijs te verkopen en aldus de consumptie te stimuleren.
    • Eventueel kan de overheid ook direct aan de consument bij aankoop van deze goederen een subsidie geven, terwijl ze tegen marktprijzen worden verkocht.
    • De producenten- of consumentensubsidie vertegenwoordigt het publieke element in het aanbod v/d semi-collectieve of semi-private goederen.
    • Voorbeelden: bibliotheken, theaters