Conspicuous consumption

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Conspicuous consumption (Nederlands letterlijk: 'opzichtige consumptie') is het consumeren van goederen en diensten met als voornaamste doel anderen tonen dat me, een goed inkomen of een flink vermogen heeft. Dergelijk gedrag dient als een middel om de eigen sociale status te verhogen of ten minste te behouden. Het is in 1899 voor het eerst beschreven door de Amerikaanse socioloog Thorstein Veblen, in hoofdstuk 4 van zijn boek The Theory of the Leisure Class. An Economic Study of Institutions.

Veblen beschreef het gedrag van de nouveau riche ('nieuw geld'); de sociale classe die van circa 1860 tot 1914 opkwam ten gevolg van de industriële revolutie. In die standplaatsgebondenheid, op sociaal en economisch vlak, werd de term strict gebruikt voor het beschrijven van mensen van de hogere middenklasse die hun (nieuwvergaarde) rijkdom besteedden aan het publiekelijk tonen van hun rijkdom, welvaart en sociale klasse.

In de twintigste eeuw leidden significante verbeteringen van de levensomstandigheden, en een groeiende middenklasse ten gevolg van de industriële ontwikkelingen, ertoe dat de term ook werd toegepast op mensen die vrij besteedbaar inkomen aanwenden om goederen en diensten te consumeren, met als doel hun sociale status te verhogen, in plaats vanuit de daadwerkelijke behoefte voor die dienst of dat goed. In 1920 schreven economen zoals Paul Nystrom (1878-1969) over het idee dat de veranderingen in de levensstijl, mogelijk gemaakt door de economen tijdens de industriële eeuw, een "filosofie van futiliteit" of "filosofie van onzinnigheid" teweeg had gebracht in een groot deel van de maatschappij. Dit zou hebben geleid tot meer consumptie, puur voor de consumptie in plaats van consumptie ter bevrediging van een daadwerkelijke behoefte. In deze context wordt conspicuous consumption ook uitgelegd als narcistisch gedrag, of kan consumptie als verslaving worden beschouwd, of als beiden, waarbij nadruk gelegd wordt op de psychologische omstandigheden die worden opgewekt door de consumptiemaatschappij en het daarin florerende consumentisme, het verlangen om hedonistische verlangens en verwachtingen direct te bevredigen.

Veblen beschreef in zijn theorie aanvankelijk voornamelijk de hogere klassen en elite, die een hoog inkomen had. Recenter economisch onderzoek toont dat conspicuous consumption juist minder voorkomt onder welvarende klassen dan onder niet- welvarende klassen. Dit geldt zowel voor diverse etnische achtergronden, als voor klassen in opkomende economieën.

In The Millionaire Next Door: The Surprising Secrets of America's Wealthy (1996), schrijven Thomas J. Stanley en William D. Danko dat Amerikanen met een vermogen van minstens een miljoen dollar minder geneigd zijn om opzichtig te consumeren. Ze zijn zuiniger, en kopen bijvoorbeeld eerder een gebruikte auto dan een nieuwe, om waardevermindering en snelle veroudering te voorkomen, maar ook om geen rentedragende lening te hoeven aangaan.

Conspicuous compassion, waarbij publiekelijk gedoneerd wordt aan goede doelen om de sociale status te verhogen, wordt ook beschreven als een vorm van conspicuous consumption. Dit is tevens een bijbels thema.

Voor de hogere (middenklassen) kan het doneren aan goede doelen ook beschouwd worden als het onder het tapijt vegen van maatschappelijke problemen, waarbij de elite de macht heeft om te dicteren welke maatschappelijke rechten universeel zijn, en welke slechts bestemd zijn voor de 'geluksvogel tussen de pechvogels'.

Externe links[bewerken | bron bewerken]