Constante van Planck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De constante van Planck, aangeduid met h, is een natuurkundige constante die voorkomt in alle vergelijkingen van de kwantummechanica. De constante is later vernoemd naar de natuurkundige Max Planck, die deze constante in 1900 invoerde bij zijn verklaring van de straling van zwarte stralers. De constante heeft de waarde:[1]

De constante van Planck h is ingevoerd voor het verband tussen frequentie ν (Griekse nu[2]) en energie E voor een lichtkwantum (foton) volgens:

In veel gevallen wordt een variant hiervan gebruikt, die soms de constante van Dirac genoemd. Deze wordt geschreven als ħ en is genoemd naar de Britse fysicus Paul Dirac. Deze wordt gebruikt om de Planckeenheden te definiëren. Het wordt uitgesproken als 'h-streep' of, in het Engels, als 'h-bar'.

ħ is een kwantum van impulsmoment, waaronder spin. Het impulsmoment van een willekeurig systeem is altijd een geheel veelvoud van deze waarde. ħ komt ook voor in de onzekerheidsrelatie van Heisenberg. Dit wordt gebruikt om te beargumenteren dat ħ een meer fundamentele eenheid is dan h, de constante van Planck.

Voor h en ħ kunnen de unicodetekens U+8462 en U+8463 gebruikt worden.

Toekomst[bewerken]

De 26e vergadering van de Algemene Conferentie voor Maten en Gewichten (CGPM) heeft op 16 november 2018 nieuwe definities van de basiseenheden aangenomen, die officieel vanaf 20 mei 2019 zullen gelden. Volgens die definities zal de constante van Planck exact 6,626 070 15 × 10−34 J·s bedragen.[3]

Zie ook[bewerken]