David Cox

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
David Cox
David Cox
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 15 juli 1924
Geboorteplaats Birmingham
Datum van overlijden 18 januari 2022
Plaats van overlijden Oxford
Nationaliteit Brits
Wetenschappelijk werk
Vakgebied Statistiek
Officiële website

Sir David Roxbee Cox (Birmingham, 15 juli 1924 - Oxford, 18 januari 2022) was een Brits statisticus.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Cox studeerde wiskunde aan het St John's College in Cambridge. Aan de universiteit van Leeds behaalde hij in 1949 zijn doctorstitel. Zijn promotoren waren Henry Daniels en Bernard Welch.

Zijn werkgevers waren achtereenvolgens de Royal Aircraft Establishment (1944-1946), Wool Industries Research Association (1946-1950), het Statistics Laboratory van de universiteit van Cambridge (1950-1956), Birkbeck College te London (1956-1966), Imperial College London (1966-1988) en Nuffield College te Oxford (1988-1994). In 1994 is Cox met pensioen gegaan, al bleef hij tot op zeer hoge leeftijd actief in de wetenschap.

Cox geldt als een van de meest toonaangevende statistici van de twintigste eeuw. Hij heeft een groot aantal eredoctoraten ontvangen. Voor zijn werk is hij onderscheiden met de Guy Medal van de Royal Statistical Society (zilver in 1961 en goud in 1973), de Kettering Prize en Gold Medal for Cancer Research (1990) en de Copley Medal (2010). Hij is verkozen tot lid van de Royal Society, British Academy, de National Academy of Sciences en de Deense Academie van Wetenschappen. In 1985 is hij door koningin Elizabeth II geridderd voor zijn wetenschappelijke verdiensten.

Cox is met name bekend vanwege zijn werk op het gebied van de proportionele risico-modellen, stochastische processen, experimenteel ontwerpen, de analyse van dichotome data en de toegepaste statistiek. Verschillende methoden in de statistiek dragen zijn naam, waaronder de Box-Cox-transformatie, het Cox-proces en het proportioneel-risicomodel van Cox (Cox proportional hazards model). Hij is 25 jaar lang (van 1966 tot 1991) editor geweest van Biometrika, een van de meest toonaangevende tijdschriften in de theoretische statistiek.

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

Cox heeft meer dan 300 artikelen en boeken op zijn naam. De door hem geschreven boeken zijn:

  • Planning of experiments (1958)
  • Queues (Methuen Publishing, 1961). Met Walter Smith
  • The theory of stochastic processes (1965). Met Hilton David Miller
  • Analysis of binary data (1969). Met Joyce Snell
  • Theoretical statistics (1974). Met David Hinkley
  • Point processes (Chapman & Hall/CRC, 1980). Met Valerie Isham
  • Applied statistics, principles and examples (Chapman & Hall/CRC, 1981). Met Joyce Snell
  • Analysis of survival data (Chapman & Hall/CRC, 1984). Met David Oakes
  • Asymptotic techniques for use in statistics. (1989) Met Ole Barndorff-Nielsen
  • Inference and asymptotics (Chapman & Hall/CRC, 1994). Met Ole Barndorff-Nielsen
  • Multivariate dependencies, models, analysis and interpretation (Chapman & Hall, 1995). Met Nanny Wermuth
  • The theory of design of experiments. (Chapman & Hall/CRC, 2000). Met Nancy Reid.
  • Complex stochastic systems (Chapman & Hall/CRC, 2000). Met Ole Barndorff-Nielsen en Claudia Klüppelberg
  • Components of variance (Chapman & Hall/CRC, 2003). Met P. J. Solomon
  • Principles of Statistical Inference (Cambridge University Press, 2006).
  • Principles of Applied Statistics (Cambridge University Press, 2011). Met Christl Donnelly