David Denicke

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

David Denicke (Zittau, 30 januari 1603Hannover, 1 april 1680) was een Duits kerklieddichter en jurist.

Biografie[bewerken]

In Wittenburg en Jena studeerde Denicke rechtsgeleerdheid en filosofie. In Kaliningrad was hij privaatdocent. Hij reisde in de jaren 1625 tot 1628 naar Nederland, Engeland en Frankrijk. In 1629 werd hij hofmeester van de zoon van de hertog George van Brunswijk-Calenberg in Herzberg am Harz. In 1639 werd hij abt van de abdij van Bursfelde, in 1640 lid van de Hofraad en twee jaar later lid van de kerkenraad in Hannover. Justus Gesenius publiceerde in 1646 samen met David Denicke een liedbundel, die voor de huisgodsdienst bestemd was. Deze bundel diende als basis voor het in 1659 verschenen Hannoversche Gesangbuch. Tegenwoordig worden nog steeds liederen uit het Hannoversche Gesangbuch gezongen.

Publicaties (selectie)[bewerken]

  • New Ordentlich Gesang-Buch. Sampt Einer nothwendigen Vorrede u. Erinnerung Von dessen nützlichem Gebrauch (Hannover, 1646)
  • Herr, für dein Wort sei hoch gepreist (EG 196)

Literatuur[bewerken]