David Rice Atchison
| David Rice Atchison | ||||
|---|---|---|---|---|
David Rice Atchison | ||||
| Geboren | 11 augustus 1807 Frogtown, Kentucky | |||
| Overleden | 26 januari 1886 Gower, Missouri | |||
| Politieke partij | Democraat | |||
| Handtekening | ||||
| Senator namens Missouri | ||||
| Aangetreden | 4 december 1844 | |||
| Einde termijn | 4 maart 1855 | |||
| Voorganger | Lewis Linn | |||
| Opvolger | James Green | |||
| President pro tempore van de Senaat[1] | ||||
| Aangetreden | 2 maart 1849 | |||
| Einde termijn | 4 maart 1849 (betwist) | |||
| Voorganger | zelf | |||
| Opvolger | zelf | |||
| ||||
| David Rice Atchison | ||
|---|---|---|
| Rustplaats | Greenlawn Cemetery Plattsburg, Missouri | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | ||
| Dienstjaren | 1838 (USA) 1861-1862 (CSA) | |
| Rang | ||
| Slagen/oorlogen | Mormonenoorlog van 1838 | |
David Rice Atchison (Frogtown (Kentucky), 11 augustus 1807 – Gower (Missouri), 26 januari 1886) was een Amerikaans politicus en dertienmaal president pro tempore van de Senaat[2][3] Hij was van 1844 tot 1855 lid van de Amerikaanse Senaat.[4] Sommigen zijn van mening dat hij één dag president van de Verenigde Staten is geweest. Hij werd echter niet gekozen en heeft geen eed afgelegd. Om deze reden wordt zijn "ambtstermijn" ook wel afgedaan als een broodjeaapverhaal.[3][5]
Naast zijn politieke loopbaan diende Atchison in 1838 als generaal-majoor in de Missouri State Militia. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog was hij brigadegeneraal in de Missouri State Guard onder leiding van generaal-majoor Sterling Price.
Vroege jaren
[bewerken | brontekst bewerken]David R. Atchison werd geboren op 11 augustus 1807 in Frogtown, die nu deel uitmaakt van Lexington, Kentucky. Hij was de zoon van William Atchison. Na een opleiding aan de Transylvania University in Lexington studeerde hij rechten. In 1829 werd Atchison toegelaten tot de balie.[6]
Advocaat en politicus in Missouri
[bewerken | brontekst bewerken]In 1830 vestigde Atchison zich in Liberty in Clay County, Missouri.[6] Hij kocht er een plantage met boerderij en opende een advocatenkantoor. Een van zijn meer bekende klanten was Joseph Smith, stichter van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen of de Mormonen.[7] Atchison vertegenwoordige Smith verschillende keren in betwistingen omtrent landeigendom in Caldwell County en Daviess County. [7]
In mei 1833 werd het advocatenkantoor uitgebreid met de aanwerving van Alexander William Doniphan.[8] Atchison en Doniphan werden goede vrienden en brachten ook veel vrije tijd met elkaar door waarbij ze naar de paardenracen gingen, gingen jagen en vissen en met de kaarten speelden. Atchison, die al lid was van de lokale militia-eenheid de Liberty Blues, overtuigde zijn zakenpartner om lid te worden.[9]
Atchison werd in 1834 verkozen in het Missouri House of Representatives.[10][11] Hij was medeverantwoordelijk voor de Platte Purchase waarbij inheemse Amerikanen in 1837 land moesten afstaan aan de Verenigde Staten van Amerika zodat de noordwestelijke grens van Missouri langs de Missouri liep.
De voortdurende geschillen en ruzies tussen Mormonen en nieuwe kolonisten mondde in 1838 uit in de gewapend conflict. Atchison werd aangesteld tot generaal-majoor van de Missouri State Militia om het geweld in de kiem te smoren. Dit zou uiteindelijk leiden tot de verwijdering van alle Mormonen uit Missouri.[12]
In 1838 werd Atchison opnieuw verkozen in de Missouri State House of Representatives voor de Democratische Partij. Drie jaar later, in 1841, werd hij aangesteld als rechter. In 1843 werd Atchison benoemd tot county commissioner in Platte County.
Atchison als senator
[bewerken | brontekst bewerken]
Na het overlijden van Lewis F. Linn werd Atchison in oktober 1843 aangesteld als senator.[7] Hij was de eerste senator uit westelijk Missouri[7] en op 36-jarige leeftijd ook de jongste senator. In 1849 werd hij herverkozen.[7] Hij was geliefd onder de Democratische mede-senatoren. Toen de Democratische Partij in december 1845 de senaat veroverde na verkiezingen, werd Atchison aangesteld als President pro tempore van de Senaat.[12][13] In 1849 nam William R. King zijn plaats als president pro tempore in.[12] Toen King in 1852 werd verkozen tot vice-president nam Atchison opnieuw zijn plaats in. Hij bekleedde deze verantwoordelijkheid tot in december 1854.[12]
Atchison was een sterk voorstander van slavernij[12] en territoriale expansie. Hij steunde de annexatie van Texas en was voor de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog. De andere senator voor Missouri en Democraat, Thomas Hart Benton, werd Atchisons uitgesproken rivaal. Benton sprak zich uit tegen slavernij in 1849 toen de zuidelijken staten de slavernij wou uitbreiden naar de pas veroverde gebieden. Om Benton te kunnen verslaan liep Atchison over naar de Whig partij.
In aanloop naar de verkiezingen van 1854 daagde Benton Atchison uit door te pleiten voor het organiseren van nieuwe staten in westelijk Missouri (heden te dage Kansas en Nebraska) en deze open te stellen voor kolonisten. Het tegenvoorstel van Atchison was om daadwerkelijk deze gebieden te organiseren maar ook om de Missouri-compromis te vervangen door volkssoevereiniteit waardoor de nieuwe kolonisten zelf konden kiezen of er slavernij zou komen of niet. Op vraag van Atchison introduceerde senator Stephen A. Douglas de Kansas-Nebraska Act die de ideeën van Atchison vertaalde in wetgeving. Deze wet werd in mei 1854 goedgekeurd.
Border ruffians
[bewerken | brontekst bewerken]Zowel Douglas als Atchison hadden gehoopt dat Nebraska zou bewoond worden door Free-Staters uit Iowa en Illinois, die tegen slavernij waren en dat Kansas zou gekoloniseerd worden door pro-slavernij kolonisten uit Missouri en andere zuidelijke staten om toch het precair evenwicht tussen het aantal staten met en zonder slaven te bewaren.
In 1854 stichtte Atchison het stadje Atchison in Kansas en stelde die open voor slaveneigenaars waardoor hij het evenwicht hielp ondergraven.[14] Bovendien vestigden zich maar weinig zuidelijken in Kansas. Ze gaven de voorkeur aan Nebraska. Terwijl de Free-Staters net het omgekeerde deden. Ondertussen zagen meer en meer abolitionisten uit de Noordelijke staten Kansas als een strijdtoneel tegen slavernij. Ze moedigden anti-slavernij kolonisten aan om zich in Kansas te vestigen om dan via volkssoevereiniteit de staat slavenvrij te maken.[15]
Toen voor de verkiezingen in Kansas van maart 1855 het riciso bestond dat veel vertegenwoordigers verkozen zouden worden die tegen slavernij waren en de slavernij zouden afschaffen, trok Atchison aan de alarmbel. Hij riep kolonisten uit Missouri op om slavernij met hand en tand te verdedigen en "alle abolitionisten in het district desnoods te doden".[16] Atchison rekruteerde een meute aan zwaarbewapende Missourians die de "border ruffians" werden genoemd. Op 30 maart 1855, verkiezingsdag, trok hij met 5.000 border ruffians de grens tussen Missouri en Kansas over. Ze namen gewapenderhand de stemhokjes over en deponeerden zo tienduizenden fraudeleuze stemmen waardoor de legislatuur vrijwel volledig pro-slavernij werd.[15] Toen gouverneur Andrew H. Reeder tegen de gang van zaken protesteerde werd hij ontslagen door president Franklin Pierce.
Op 19 mei 1856 hield Charles Sumner zijn "Crimes Against Kansas" speech. Hij stelde Atchisons rol in wat Bleeding Kansas genoemd werd aan de kaak. In zijn flamboyante manier van spreken vergeleek Sumner Atchison met de Romeinse senator Catalina die een samenzwering tegen de gevestigde orde had georganiseerd. Twee dagen lang beschreef Sumner tot in de gruwelijkste details de misdaden, geweldplegingen en martelingen die Atchisons mannen uitvoerden.[17] Ondanks het wapengekletter en alle mogelijke manieren om de slavernij in Kansas te bevorderen door Atchison en zijn border ruffians, verwierp Kansas slavernij en werd het in 1861 opgenomen als een staat zonder slavernij.
Verkiezingsnederlaag
[bewerken | brontekst bewerken]Zijn termijn in de senaat liep tot 3 maart 1855. Atchison stelde zich opnieuw kandidaat maar kreeg opnieuw concurrentie van Benton. De Whigs schoven een andere kandidaat naar voor. Er zou geen kandidaat verkozen worden tot januari 1857 wanneer James S. Green zitting kon nemen.
Amerikaanse Burgeroorlog
[bewerken | brontekst bewerken]Atchison en zijn zakenpartner Doniphan kregen onenigheid over politieke kwesties. Atchison was voorstander van secessie terwijl Doniphan het een verscheurende keuze vond, maar toch een pro-unie standpunt innam.[9]
Bij het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog koos Atchison de kant van de pro-Zuidelijke gouverneur Claiborne Jackson. Hij werd door Jackson benoemd tot generaal-majoor in de Missouri State Guard. Atchison rekruteerde soldaten in noordelijk Missouri. Deze nieuwe rekruten werden opgenomen in de eenheden van Sterling Price. In juli 1861 werd Atchison benoemd tot brigadegeneraal in het Confederate States Army. Enkele maanden later, in september, voerde hij 3.500 soldaten aan die dienden als versterking voor Pirce. De Zuidelijken staken de Missouri over en versloegen een Noordelijke strijdmacht die hun de weg versperden in Liberty.
Atchison diende in het leger tot in maart 1862 tot de Noordelijken een grote overwinning behaalden bij Pea Ridge in Arkansas waardoor Missouri verloren ging voor de Geconfedereerde Staten. Hij kreeg onenigheid met Price over de te volgen strategie en nam ontslag. Atchison trok zich terug uit het openbare leven en vestigde zich in Texas. Na de oorlog kocht hij een boerderij in Gower, Missouri. Hij ontkende alle verantwoordelijkheid over uitspraken voor de slavernij. Kort voor zijn overlijden brandde zijn huis af met zijn volledige bibliotheek en archief waarin alle documenten bewaard werden over zijn politieke en juridische loopbaan en zijn rol in de oorlog tegen de Mormonen, bleeding Kansas en de burgeroorlog.
President voor een dag?
[bewerken | brontekst bewerken]Op zondag 4 maart 1849 liep de ambtstermijn van de zittende president James Knox Polk af, en zou de nieuw verkozen president Zachary Taylor het ambt moeten overnemen. Taylor echter, als religieus mens, weigerde zijn ambt te aanvaarden op een zondag. Omdat de ambtstermijn van vicepresident George M. Dallas gelijk liep aan die van de president was het geen optie om hem de taak te laten vervullen. Dallas had al op vrijdag 2 maart zijn taken neergelegd.
Op basis van de Amerikaanse wetten zou de functie vervallen aan de president pro tempore van de Senaat. Deze functionaris is het Senaatslid dat de Senaat voorzit bij afwezigheid van de vicepresident. Atchison heeft deze functie enkele malen uitgeoefend, waaronder van 2 maart tot 4 maart 1849. Op basis hiervan beweerde Atchison op 4 maart 1849 waarnemend president te zijn geweest. Echter, omdat het Congres op diezelfde 4 maart voor onbepaalde tijd (sine die) geschorst was, was ook zijn eigen termijn reeds verlopen. En hoewel hij de functie op 5 maart 1849 wederom vervulde kan hij wegens de korte onderbreking in zijn functie geen president zijn geweest. Daar komt bij dat hij nooit de eed heeft afgelegd. [18][19]
Desgevraagd verklaarde Atchison tijdens zijn "ambtstermijn" geen belangrijke zaken te hebben gedaan. "Ik ging naar bed. Ik had een paar zeer drukke nachten gehad om mijn senaatswerk af te ronden, dus ik sliep het grootste deel van die zondag". Hij ging erop prat dat zijn 'presidentschap' het 'eerlijkst' in de geschiedenis van de VS was.
Later jaren
[bewerken | brontekst bewerken]
David R. Atchison overleed op 26 januari 1886 in Gower, Missouri. Hij werd begraven op het Greenlawn Cemetery in Plattsburg, Missouri. Op zijn grafsteen staat "President of the United States for One Day."
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)
Voetnoten
[brontekst bewerken]- ↑ Alleen de in het licht van zijn beroemde claim voor één dag president te zijn geweest relevante periode is opgenomen, zie noot 2.
- ↑ Tot 1890 werd de president pro tempore steeds verkozen voor de periode dat de vicepresident afwezig was. De periodes dat Atchison de functie vervulde waren daarom veelal kort en volgden elkaar snel op. Sinds 1890 houdt de president pro tempore de functie ook bij aanwezigheid van de vicepresident tot een nieuwe president pro tempore wordt verkozen.
- 1 2 1801: President for a Day – March 4, 1849. United States Senate (May 29, 2014). Geraadpleegd op 21 november 2014.
- ↑ David Rice Atchison Biography. Who2.com. Geraadpleegd op 25 november 2025.
- ↑ Christopher Klein, The 24-Hour President. The History Channel (February 18, 2013). Gearchiveerd op January 5, 2018. Geraadpleegd op 25 november 2025.
- 1 2 Atchison, David Rice (1807–1886). Biographical Dictionary of the United States Congress. Gearchiveerd op June 20, 2015.
- 1 2 3 4 5 Hall of Famous Missourians. House.mo.gov. Geraadpleegd op 21 november 2014.
- ↑ Kansas Bogus Legislature – Alexander W. Doniphan. Kansasboguslegislature.org. Geraadpleegd op 25 november 2025.
- 1 2 Muench, James F., (2006). Five Stars: Missouri's Most Famous Generals. Columbia, Missouri: University of Missouri Press. pp. 7–8. ISBN 978-0-8262-1656-4.
- ↑ Index to Politicians: Ashley-Cotleur to Ather. The Political Graveyard (2013). Geraadpleegd op 25 november 2025.
- ↑ Missouri History: Missouri State Legislators, 1820–2000. Office of the Missouri Secretary of State (2013). Geraadpleegd op 25 november 2025.
- 1 2 3 4 5 The Other 12th U.S. President: David Rice Atchison. Trivia-Library (2013). Gearchiveerd op August 22, 2016. Geraadpleegd op 25 november 2025.
- ↑ Kansas Profile – Now That's Rural
- ↑ History of the State of Kansas by William G. Cutler – 1883. Kancoll.org. Gearchiveerd op June 27, 2003. Geraadpleegd op 25 november 2025.
- 1 2 Billings, R. A. (1949). Westward Expansion. Macmillan, New York, 599–601.
- ↑ David M. Potter, Don E. Fehrenbacher, The Impending Crisis 1848–1861 at 203 (Harper, 1976)
- ↑ (en) Full text of 'The crime against Kansas. Speech of Hon. Charles Sumner, of Massachusetts. In the Senate of the United States, May 19, 1856'. archive.org. Geraadpleegd op 25 november 2025.
- ↑ President for a Day: March 4, 1849. Office of the Secretary, United States Senate. Geraadpleegd op 25 november 2025.
- ↑ Feerick, John D., Freund, Paul A. (1965). From Failing Hands: the Story of Presidential Succession. Fordham University Press, New York City, 100–101.
Bronnen
[brontekst bewerken]- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel David Rice Atchinson op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.