De kleine Johannes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De kleine Johannes gemaakt door Mari Andriessen, in het Frederickspark, Haarlem.

Het sprookjesboek De kleine Johannes werd geschreven in het jaar 1884[1] door Frederik van Eeden. Het werd voor het eerst gepubliceerd in de eerste editie van het tijdschrift De Nieuwe Gids in 1885.[2] In 1887 verscheen het voor het eerst in boekvorm.[3]

Het hoofdpersonage van het verhaal is de kleine Johannes. Dit personage vertegenwoordigt de fantasie van Van Eeden.

Evolutieboek[bewerken]

Dit boek is niet enkel een sprookje. De volgende elementen spelen hierbij een rol: de levensfasen van de mens; contrasten (goed/kwaad, idealisme/materialisme); het verkleiningsmotief; kritiek op de mensenmaatschappij; het zoeken naar geluk; positivisme en pantheïsme (God is in alles aanwezig). In het verhaal staat de ontwikkeling van kind tot volwassene en de worsteling met de levensraadsels centraal. Dit alles is een evolutie van een persoon.

Het verhaal[bewerken]

De kleine Johannes, gevelpaneel in Gouda
Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Johannes is een fantasierijke jongen, die met zijn vader, zijn hond en zijn kat een zorgeloos bestaan leidt. Op een avond vindt hij een bootje in het meer, waar hij in stapt. Johannes valt in slaap, en wordt wakker door een libel die verandert in een elfje: Windekind. Hij verkleint hem en neemt hem mee naar een wonderlijke fantasiewereld. Ze gaan naar een krekelschool, en een feest in een konijnenhol, en de ‘Vredemieren’. Op een nacht ontmoet hij de kabouter Wistik, die op zoek is naar het ‘ware boekje’ dat antwoord geeft op alles. Windekind wil niet dat Johannes met Wistik omgaat en maakt hem als straf weer groot. Johannes wordt opgevangen door een tuinman, woont een tijdje bij hem en ontmoet Robinetta, op wie hij verliefd wordt. Johannes vraagt Robinetta naar het ‘ware boekje’, waarop zij hem de Bijbel laat zien. Johannes wijst dit af, en wordt daarop weggestuurd door Robinetta’s vader. Vol verdriet gaat hij weg, en wordt ditmaal opgevangen door Pluizer, die hem meeneemt naar de stad. Daar ontmoet hij dokter Cijfer en Hein (de Dood). Pluizer laat hem het leed in de stad zien, het kerkhof en ten slotte zijn eigen dode lichaam in het graf. Hierop valt Johannes flauw. Johannes blijft een tijdje bij Pluizer en dokter Cijfer om te studeren, ter wille van het ‘ware boekje’, maar hij verlangt terug naar zijn jeugd en zijn vader. Uiteindelijk nemen de twee dokters Johannes mee terug naar het huis van zijn vader, die op sterven ligt. Als Johannes’ vader dood is wil Pluizer sectie op zijn lijk uitvoeren. Johannes staat dit niet toe. Hij bevecht Pluizer en wint, waarop Hein zegt dat hij het goede gedaan heeft. Johannes wil met Hein mee, maar dat mag hij niet. Hierop komt Windekind terug, hij drijft met Hein op een bootje. Een onbekende persoon verschijnt, en stelt Johannes voor de keuze tussen Windekind en ‘Het Grote Licht’, of de mensheid met haar verdriet en onrecht. Johannes kiest voor de mensheid en haar weedom. Het verhaal eindigt met de zin: “Wellicht vertel ik u eenmaal meer van de kleine Johannes, doch op een sprookje zal het dan niet meer gelijken.”

Symbolisme[bewerken]

Het avontuur van de kleine Johannes symboliseert eigenlijk de jeugd van Van Eeden en van andere mensen. De bewering aan het begin, dat het allemaal echt gebeurd is, moet dan ook serieus worden genomen. De vier hoofdfiguren (Windekind, Wistik, Pluizer en Cijfer) symboliseren de verschillende stadia van Van Eedens jeugd. Windekind staat voor Van Eedens kinderlijke fantasie, Wistik voor zijn drang naar antwoorden naarmate hij ouder wordt, en Pluizer en Cijfer staan voor het materialisme waarmee Van Eeden vooral op de universiteit in aanraking kwam. Van Eeden ís eigenlijk de kleine Johannes die opgroeit in een wereld vol verschillende standpunten.

De kleine Johannes en het literatuuronderwijs[bewerken]

Samen met Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans stond het jarenlang in België op de literatuurlijst van het secundair onderwijs, zowel in het Vlaamse als het Franstalige onderwijs.

Ook in Nederland is het een veelgelezen boek dat op de literatuurlijsten van veel leraren en scholen in het voortgezet onderwijs te vinden is. Ook in Zuid-Afrika was het een voorgeschreven boek, op de hogere school bij Afrikaanse onderwijs.

Voetnoten[bewerken]

  1. Mededelingen van de Documentatiedienst. Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, Den Haag / Archief en Museum voor het Vlaams Cultuurleven, Antwerpen 1954-1992, p. 1277
  2. G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985 l, p. 187
  3. J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891, p. 226/7

Externe links[bewerken]