Dematerialisatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Voor het fenomeen bij teleportatie, zie teleportatie.

Het begrip dematerialisatie wordt gebruikt om een verschuiving aan te geven van het bezit van een fysiek object naar het gebruik van de intrinsieke waarde van het object. In het bankwezen gebruikt om aan te duiden dat waardestukken niet meer in tastbare vorm bestaan, maar alleen in girale, dat wil zeggen "abstracte" vorm. In de economie zien we ook een verschuiving van verkoop van objecten, zoals CD's, en DVD's, naar het afnemen van diensten zoals muziek en filmdiensten.

Diensteneconomie[bewerken | brontekst bewerken]

Door toename van de welvaart in een maatschappij waarin alles voorhanden is, is er een verminderde behoefte om zaken te bezitten. Bij de mogelijkheid om steeds meer te kunnen ervaren is het bezit van zaken om die ervaringen mogelijk te maken een steeds groter wordende last. Dat maakt dat de industriele economie verandert in een diensteneconomie. Er is een toenemende vraag vanuit consumenten om bepaalde zaken uit te laten besteden.

Digitalisering[bewerken | brontekst bewerken]

Dematerialisatie neemt een grote vlucht in die onderdelen van de economie die te digitaliseren zijn. Dat zijn dan zaken als geschreven tekst, zoals de krant of boeken, en beeld en geluid, zoals film en tv-serie diensten. Maar ook niet digitale dematerialisatie vindt plaats zoals het toenemende gebruik van huurfietsen, of de 'experience economy' met bv escaperooms.

Bankwezen: Naam of toonder[bewerken | brontekst bewerken]

In het bankwezen is de hoeveelheid fysiek geld al jaren aan het dalen. Ook effecten zijn steeds minder een fysiek document. Historisch beschouwd kunnen effecten op naam zijn gesteld; dan is de naam van de eigenaar erop vermeld. Zij kunnen echter ook aan toonder luiden; in dat geval kan iedereen die de effecten inbrengt ("toont"), ze te gelde maken.

Overheidsbesluit in België[bewerken | brontekst bewerken]

De Belgische regering heeft beslist dat vanaf 1 januari 2008 toondereffecten niet meer in de fysieke, papieren vorm mogen bestaan. Dit betekent dat al die effecten voortaan enkel nog in de computersystemen van banken voorkomen; zij zijn een vorm van informatie geworden, en vertegenwoordigen tegelijkertijd uiteraard een waarde. Deze maatregel heeft een aantal voordelen. Zo wordt het handelsverkeer erdoor sterk vergemakkelijkt. Tevens wordt het moeilijk om fraude te plegen, nog versterkt door de internationale uitwisseling van fiscale gegevens.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]