Differentieel (werktuigbouwkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
In dit differentieel wordt het ringwiel (paars) door de motor aangedreven. De paarse kooi draait mee. Het in de kooi gemonteerde vleugelwiel (groen) geeft het vermogen door aan beide zijwielen (rood en geel), die verbonden zijn met de assen en dus met de achterwielen (of voorwielen). Rijdt de auto rechtuit, dan draaien de achterwielen met dezelfde snelheid. Het vleugelwiel draait met de kooi mee, maar draait niet om zijn as.
Een wiel (rood) is geblokkeerd. Het gele wiel draait nu met de dubbele snelheid.

In de werktuigbouwkunde is een differentieel een stelsel van tandwielen waarmee met één aandrijvende as meerdere rotaties met verschillende snelheden afgetakt kunnen worden.

Een toepassing is in auto's en tractors waar een differentieel tussen de aangedreven wielen zit. Bij het maken van een bocht legt het ´binnenste´ wiel een kortere weg af en zal dus minder snel draaien dan het buitenste wiel, maar toch aangedreven worden.

In modderig terrein en op een gladde weg is dit een nadeel, doordat het ene wiel kan gaan slippen en het andere wiel stil kan blijven staan. Om dit te voorkomen is er een zogenaamd gelimiteerd slipdifferentieel dat met behulp van een koppeling de krachten weer over beide wielen verdeelt. Een andere mogelijkheid die veel terreinwagens hebben, is een sperdifferentieel, een differentieel dat tijdelijk geblokkeerd kan worden (het groene wiel in de tekening hiernaast wordt vastgezet).