Kreis Dithmarschen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Dithmarschen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Dithmarschen
Kreis in Duitsland Vlag van Duitsland
Wapen Kaart
Situering
Deelstaat Sleeswijk-Holstein
Algemeen
Oppervlakte 1.404,75 km²
Inwoners (31-12-2012) 132.965 (95 inw/km²)
Gemeenten 116
Bestuurscentrum Heide
Politiek
Landraad Jörn Klimant (partijloos)
Overig
Kreissleutel 01 0 51
Nummerplaat HEI
NUTS-code DEF05
Website www.dithmarschen.de
Detailkaart
Locatie
Locatie van de Kreis in de deelstaat
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

Kreis Dithmarschen is een Kreis in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein. Het heeft een oppervlakte van 1404,75 km² en telt 132.965 inwoners[1]. Kreisstadt is Heide.

Dithmarschen heeft tot in de 16e eeuw een geheel eigen geschiedenis gekend. Feitelijk was het gebied een autonome Boerenrepubliek die aan geen enkele Heer in Duitsland onderworpen was. Ook nadat het uiteindelijk zijn zelfstandigheid verloor, bleef het een op zich zelf gerichte plattelandssamenleving waar steden eigenlijk niet voorkwamen.

berg van 'Burg'

Geografie[bewerken]

Dithmarschen ligt in het westen van Sleeswijk-Holstein. In het zuiden wordt het begrensd door de Elbe en het Noord-Oostzeekanaal, in het oosten grenst het aan Rendsburg-Eckernförde, in het noorden vormt de Eider de grens met Nordfriesland en Schleswig-Flensburg, terwijl in het westen de Noordzee en de Waddenzee een natuurlijke afbakening vormen. In de Waddenzee ligt het onbewoonde eiland Trischen.

in zwart de huidige kustlijn met de oorspronkelijke kerspelen

Een groot deel van Dithmarschen is pas in de laatste 500 jaar door inpoldering op de zee gewonnen. De gewonnen gronden zijn bij uitstek geschikt voor de akkerbouw, mede omdat deze gronden een goede, natuurlijke afwatering hebben.

Geschiedenis[bewerken]

Dithmarschen wordt voor het eerst genoemd in de negende eeuw als Thiatmaresgaho. Het was een van de drie Saksische gouwen ten noorden van de Elbe die door Karel de Grote bij zijn rijk werd gevoegd.

Na de Slag bij Bornhöved in 1227 wordt het gebied gevoegd bij het Aartsbisdom Bremen, maar de Bremer bisschoppen wisten nimmer een daadwerkelijke controle over de boeren in het gebied te krijgen. De graven van Holstein en de hertogen van Sleeswijk probeerden de welvarende kerspelen in te lijven, maar moesten meermaals het onderspit delven.

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Historisch was Dithmarschen verdeeld in kerspelen die samen de autonome Boerenrepubliek vormden. Steden waren er niet. Pas na de aansluiting van Sleeswijk-Holstein bij Pruisen kregen een aantal grotere dorpen stadsrecht, maar de plattelandsgemeenschappen bleven de streek domineren. In de nazitijd werden de kerspelen afgeschaft en werden de gemeenten bestuurlijk zelfstandig. Zoals overal in Sleeswijk-Holstein werken gemeenten samen in Ämter, die in Dithmarschen werden aangeduid als Kirchspeilslandgemeinde. Pas in 2007 werden ook in Dithmarschen de Ämter ook Ämter genoemd, hoewel twee in hun naam het oude begrip blijven hanteren.

Uebersicht-HEI.png

Amtsvrije gemeenten[bewerken]

De steden in Dithmarschen zijn:

Ämter[bewerken]

  1. Averlak
  2. Brickeln
  3. Buchholz
  4. Burg (Dithmarschen)*
  5. Dingen
  6. Eddelak
  7. Eggstedt
  8. Frestedt
  9. Großenrade
  10. Hochdonn
  11. Kuden
  12. Quickborn
  13. Sankt Michaelisdonn
  14. Süderhastedt
  1. Büsum*
  2. Büsumer Deichhausen
  3. Friedrichsgabekoog
  4. Hedwigenkoog
  5. Hellschen-Heringsand-Unterschaar
  6. Hillgroven
  7. Norddeich
  8. Oesterdeichstrich
  9. Oesterwurth
  10. Reinsbüttel
  11. Schülp
  12. Strübbel
  13. Süderdeich
  14. Warwerort
  15. Wesselburen, stad
  16. Wesselburener Deichhausen
  17. Wesselburenerkoog
  18. Westerdeichstrich
  1. Hemmingstedt
  2. Lieth
  3. Lohe-Rickelshof
  4. Neuenkirchen
  5. Norderwöhrden
  6. Nordhastedt
  7. Ostrohe
  8. Stelle-Wittenwurth
  9. Weddingstedt
  10. Wesseln
  11. Wöhrden
  1. Barkenholm
  2. Bergewöhrden
  3. Dellstedt
  4. Delve
  5. Dörpling
  6. Fedderingen
  7. Gaushorn
  8. Glüsing
  9. Groven
  10. Hemme
  11. Hennstedt*
  12. Hollingstedt
  13. Hövede
  14. Karolinenkoog
  15. Kleve
  16. Krempel
  17. Lehe
  18. Linden
  19. Lunden
  20. Norderheistedt
  21. Pahlen
  22. Rehm-Flehde-Bargen
  23. Sankt Annen
  24. Schalkholz
  25. Schlichting
  26. Süderdorf
  27. Süderheistedt
  28. Tellingstedt
  29. Tielenhemme
  30. Wallen
  31. Welmbüttel
  32. Westerborstel
  33. Wiemerstedt
  34. Wrohm
  1. Diekhusen-Fahrstedt
  2. Friedrichskoog
  3. Helse
  4. Kaiser-Wilhelm-Koog
  5. Kronprinzenkoog
  6. Marne*, stad
  7. Marnerdeich
  8. Neufeld
  9. Neufelderkoog
  10. Ramhusen
  11. Schmedeswurth
  12. Trennewurth
  13. Volsemenhusen
  1. Albersdorf
  2. Arkebek
  3. Bargenstedt
  4. Barlt
  5. Bunsoh
  6. Busenwurth
  7. Elpersbüttel
  8. Epenwöhrden
  9. Gudendorf
  10. Immenstedt
  11. Krumstedt
  12. Meldorf*, stad
  13. Nindorf
  14. Nordermeldorf
  15. Odderade
  16. Offenbüttel
  17. Osterrade
  18. Sarzbüttel
  19. Schafstedt
  20. Schrum
  21. Tensbüttel-Röst
  22. Wennbüttel
  23. Windbergen
  24. Wolmersdorf

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (de) Statistikamt Nord – Bevölkerung der Gemeinden in Schleswig-Holstein 4. Quartal 2012 (XLS-bestand) (Fortschreibung auf Basis des Zensus 2011)