Donjon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Donjon met toegang op de 1ste verdieping boven een droge gracht in Dourdan(Frankrijk)

Een donjon is een middeleeuwse versterkte woontoren, al dan niet gebouwd op een motte. De eerste donjons waren van hout; later werden ze gebouwd met stenen uit een steengroeve of in baksteen .

De naam is afkomstig van het Gallo-Romaanse woord dominionem (op zijn beurt weer afgeleid van het Latijnse dominium/dominus) en betekent zoiets als "(huis van de) Heer".

Inwendig bevat de toren drie tot vijf kamers boven elkaar, die oorspronkelijk steeds een hele verdieping beslaan. Over het algemeen had minstens één kamer een stookplaats. De oudste woontorens hebben een ingang boven de begane grond, zodat de meestal van een tongewelf voorziene kelder alleen van binnenuit toegankelijk was. De jongere woontorens hebben hun ingang op de begane grond.

Een donjon was aanvankelijk een zelfstandig bouwwerk. In veel gevallen werden rond de donjon in de loop der tijd andere gebouwen opgetrokken, of werd de donjon opgenomen in een ommuurde vesting. Zo ontwikkelde zich het kasteel, waarbij de donjon diende als laatste toevluchtsoord.

De hoogste donjons van Europa zijn die van het kasteel van Vincennes en die in Crest (beide in Frankrijk), allebei 52 meter hoog. Tot zijn verwoesting tijdens de Eerste Wereldoorlog was de donjon van het kasteel van Coucy, eveneens in Frankrijk, met 56 meter nog iets hoger.

Zie ook[bewerken]