Doorgeefschaak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Doorgeefschaak

Doorgeefschaak is een variant op het schaakspel, waarbij twee teams van elk twee personen het in twee gelijktijdig, naast elkaar gespeelde schaakpartijen tegen elkaar opnemen. Elk team heeft eenmaal wit en eenmaal zwart. Iedereen speelt zoals gebruikelijk op 1 bord tegen 1 tegenstander, maar wie een stuk of een pion van zijn tegenstander slaat geeft dat door aan zijn medespeler. Deze mag dan, op een zelfgekozen moment, in plaats van een normale zet te spelen, een van de doorgegeven stukken of pionnen op zijn eigen bord plaatsen en zo aan zijn eigen materiaal toevoegen. Het doorgeefschaak is een Nederlandse vinding; in 1973 werden de regels vastgesteld [1].

Regels[bewerken]

Voor het doorgeefschaak geldt een officieel wedstrijdreglement.[2] De belangrijkste regels zijn:

  • Het op het bord zetten van een doorgegeven stuk of pion komt in de plaats van een zet.
  • Met het plaatsen mag niet worden geslagen en geen schaak worden gegeven.
  • Een pion mag niet op een promotieveld of op de onderste rij worden geplaatst.
  • Een stuk dat is ontstaan door de promotie van een pion wordt bij het doorgeven weer een pion. Daarom blijft de gepromoveerde pion de gedaante van een pion houden.
  • Mat, pat of remise wegens materiaaltekort is pas het geval als een (later) doorgegeven stuk dat niet meer kan voorkomen.
  • De wedstrijd eindigt als beide partijen zijn afgelopen.

Bij de Engelse variant op het doorgeefschaak, bughouse, mag met het plaatsen wel schaak worden gegeven. Bughouse speelt daardoor vlotter maar heeft minder diepgang.

Tactiek[bewerken]

Het is voor alle spelers goed opletten wat er op het andere bord gebeurt. Soms heeft de medespeler dringend een extra stuk of pion nodig en dan kan het lonen om daar iets voor te offeren dat normaal gesproken eigenlijk meer waard zou zijn. Het spel vertragen, zodat de tegenstander geen kans krijgt om iets te slaan, is daar een mogelijk antwoord op (het is daarom belangrijk dat er met een schaakklok wordt gespeeld, want anders zou de strijd geheel kunnen stilvallen). Paarden zijn gewild omdat het vaak mogelijk is daarmee meer dan één dreiging in het spel te brengen. Pionnen kunnen op de voorlaatste rij worden geplaatst voor een snelle promotie. Vaak doen ze ook dienst om een gevaarlijke open lijn goedkoop te dichten. Omdat een tot stuk gepromoveerde pion na slaan als gewone pion terugkeert, is het nadelig om een gewoon stuk daartegen te ruilen.

Nederlands Kampioen[bewerken]

  • 1974 Charles Kuijpers / Ruud Dobbelaar
  • 1975 Charles Kuijpers / Ruud Dobbelaar
  • 1976 Henk Smout / Joan Baart
  • 1977 Jaap van den Herik / Leo Kerkhoff
  • 1978 Jaap van den Herik / Leo Kerkhoff
  • 1979 Ruud Dobbelaar / Geertsma
  • 1980 Manuel Bosboom / Erik Bark
  • 1981 ?
  • 1982 Arie Werksma / Maarten de Zeeuw
  • 1983 Maarten de Zeeuw / Arie Werksma
  • 1984 Casper Blaauw / Albert Blees
  • 1985 Maurits Wind / Michiel Wind
  • 1986 Edgar Blokhuis / Michiel Wind


  • 2002 Gozewijn van Laatum / Bert van der Linden
  • 2003 niet georganiseerd
  • 2004 Willem Bor / Paul van der Hoeven
  • 2005 Stefan van Blitterswijk / Raoul van Ketel
  • 2006 Quirinius van Dorp / Jochem Snuverink
  • 2007 Quirinius van Dorp / Jochem Snuverink
  • 2008 Quirinius van Dorp / Jochem Snuverink
  • 2009 Jan Breukelman / Erik-Jan Hummel
  • 2010 Jan Breukelman / Erik-Jan Hummel
  • 2012 Jan Breukelman / Erik-Jan Hummel
  • 2013 Jan Breukelman / Erik-Jan Hummel
  • 2014 Jan Breukelman / Erik-Jan Hummel
  • 2015 Jan Breukelman / Erik-Jan Hummel
  • 2016 Jan Breukelman / Erik-Jan Hummel
  • 2017 Jan Breukelman / Erik-Jan Hummel