Schaak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
8 rd nd bd qd kd Chess d40.png Chess l40.png rd
7 pd pd pd Chess l40.png Chess d40.png pd pd pd
6 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png pd nd Chess l40.png Chess d40.png
5 Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png bl Chess l40.png
4 Chess l40.png bd pd pl pl Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
3 Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png nl Chess d40.png Chess l40.png
2 pl pl Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png pl pl pl
1 rl nl Chess d40.png ql kl bl Chess d40.png rl
a b c d e f g h
Wit staat hier schaak door de loper op b4.
8 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
7 Chess d40.png Chess l40.png kd Chess l40.png nl Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
6 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png kl Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
5 Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png nl Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
4 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
3 Chess d40.png bd Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
2 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
1 rd Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
a b c d e f g h
Wit stond schaak en heeft zojuist gepareerd door Pd5† te spelen. Nu staat zwart schaak en zwart moet het schaak pareren. Het is niet van belang dat het paard gepend is.
8 rd Chess d40.png bd Chess d40.png kd Chess d40.png nd rd
7 pd pd nl pd qd pd Chess d40.png pd
6 Chess l40.png Chess d40.png pd Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png pd Chess d40.png
5 Chess d40.png Chess l40.png bd Chess l40.png nd Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png
4 Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png pl Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png
3 Chess d40.png Chess l40.png Chess d40.png Chess l40.png bl nl Chess d40.png Chess l40.png
2 pl pl pl Chess d40.png Chess l40.png pl pl pl
1 rl Chess l40.png Chess d40.png ql kl bl Chess d40.png rl
a b c d e f g h
Deze situatie komt vaak voor. Wit heeft zojuist Pb5-c7† gespeeld. Dit toont een gevaar van schaak: het paard valt niet alleen de koning maar ook Ta8 aan (familieschaak). Zwart moet de koning in veiligheid brengen en kan niet tegelijkertijd de toren redden. Natuurlijk is dit vergelijkbaar met iedere aanval op twee stukken, niet alleen op de koning.

Schaak is een situatie die zich voordoet in een schaakpartij. Een speler staat schaak als zijn koning door een vijandelijk stuk wordt aangevallen. Dat betekent dat de opstelling der stukken zodanig is dat de koning geslagen zou kunnen worden als de tegenstander aan zet was geweest. Wie schaak staat, moet het schaak meteen opheffen. Is dat niet mogelijk, dan staat de speler mat en heeft de tegenstander de partij gewonnen.

Tevens mag men geen zet doen waardoor de speler zelf schaak komt te staan.

Etiquette[bewerken]

In huiselijke kring wordt het beleefd gevonden om bij het geven van schaak de tegenstander daarop attent te maken door “schaak!” te zeggen. In de wedstrijdpraktijk wordt dit niet nodig gevonden en soms zelfs als storend beschouwd.

Schaak pareren[bewerken]

Schaak is volgens de regels alleen geoorloofd als de schaakstaande speler zelf aan zet is. Daaruit blijkt dat een speler steeds zodanig moet zetten dat hij na het voltooien van de zet niet schaak staat. Staat hij schaak, dan moet hij een zet doen waarmee hij het schaak opheft (pareert).

Voor een speler die schaak staat gelden verder nog de volgende regels:

  • De speler mag niet rokeren, zelfs niet als hij daarmee het schaak pareert.
  • Kan hij geen enkele reglementaire zet doen (met andere woorden, kan hij het schaak niet pareren), dan staat hij schaakmat en heeft hij verloren.

De laatste regel verschilt van de regel voor pat. Ook bij pat kan een speler geen enkele reglementaire zet doen, maar het verschil is dat hij bij pat niet schaak staat.

De verplichting om het schaak op te heffen beperkt de zetmogelijkheden doorgaans aanzienlijk.

Schaak kan worden opgeheven door:

  • de koning te verplaatsen (bij dubbelschaak de enige mogelijkheid);
  • het schaakgevende stuk te slaan;
  • een stuk tussen het schaakgevende stuk en de koning te plaatsen (er ontstaat dan een penning).

Als een ander stuk wordt aangevallen, kan men zich verdedigen door het aangevallen stuk te dekken of door een tegenaanval te doen. Dat is bij schaak, een aanval op de koning, niet mogelijk.

Penning[bewerken]

Ook een gepend stuk kan schaak geven. Het is niet van belang of men bij het dreigende 'slaan van de vijandelijke koning' zijn eigen koning aan een aanval zou blootstellen. Dit is geïllustreerd in het tweede diagram.

Notatie[bewerken]

In de schaaknotatie wordt het schaak aangegeven met een kruisje † na de zet. Om typografische redenen kan een plusteken + handiger zijn. Bij dubbelschaak kunnen twee kruisjes worden gebruikt. Een eventueel vraag- of uitroepteken komt na het kruisje.

Oude regels[bewerken]

In het verleden zijn er allerlei plaatselijke regels geweest rond het schaak staan en het geven van schaak. Zo waren er streken waar de koning mocht rokeren of eenmalig een grote sprong mocht maken als hij aangevallen stond.

Zie ook[bewerken]