Naar inhoud springen

Dry needling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Esculaap
Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Dry needling, soms ook aangeduid als intramuscular stimulation (IMS), is een pseudowetenschappelijke behandelmethode waarbij met een dunne naald in verdikkingen van een spier wordt geprikt. Dit gebeurt op specifieke plaatsen, in de alternatieve geneeskunde ook wel aangeduid als trigger points. Deze hypothese stelt dat spierknopen lokale spiersamentrekkingen zijn. Onomstotelijk bewijs voor deze hypothese is nooit geleverd.[1] De behandeling wordt onder andere toegepast voor de behandeling van een myofasciaal pijnsyndroom, stijfheid en pijn in de spieren.[2][3] De methode is ontwikkeld in de jaren 1970 door de Canadese arts C. Chan Gunn. Hoewel Gunn de techniek van dry needling heeft verfijnd, was er echter al sinds de jaren veertig sprake van soortgelijke technieken om pijn te verminderen.[4]

Cannon's law of denervation

[bewerken | brontekst bewerken]

Een patiënt met myofasciale pijn zou volgens sommige therapeuten last kunnen hebben van stijfheid en vaak acute of zelfs chronische spierpijn. Als de spieren gespannen raken, wordt verondersteld dat zich pijnlijke en verharde plekken vormen; de zogeheten triggerpoints. Het bestaan van triggerpoints is omstreden.

De zienswijze die ten grondslag ligt aan deze vorm van pijnbehandeling komt neer op het herstellen van de supersensitiviteit. Hierbij wordt verondersteld dat de zenuw niet goed functioneert en dat er daardoor pijn ontstaat. Volgens deze hypothese zou een zenuwdisfunctie ertoe leiden dat de organen (waaronder de spieren) die afhankelijk zijn van de zenuw verhoogd gevoelig worden. Deze aanname is gebaseerd op het werk van Walter Bradford Cannon. In 1949 verscheen zijn werk The supersensitivity of denervated structures. Hierin wordt gesteld: When a unit is destroyed, in a series of efferent neurons, an increased irritability to chemical agents develops in the isolated structure or structures, the effect being maximal in the part directly denervated. Deze regel wordt ook wel Cannon's law of denervation genoemd. Voor het ontstaan van chronische pijn wordt dit door voorstanders als volgt geïnterpreteerd: als een zenuw niet goed functioneert, zou de spier geleidelijk supersensitief worden en sterker reageren op prikkels.

Recente onderzoeken onderschrijven Cannon's law of denervation, maar deze zienswijze is sterk verouderd. Recentere onderzoeken wijzen uit dat er wel een verandering ontstaat in het aangedane segment, maar dat deze stoornissen zowel lokaal (in de spier) als centraal (in het ruggenmerg) plaatsvinden. Volgens die onderzoeken zou dit eerder dan Cannon's hypothese verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van chronische pijnklachten in myogeen en fasciaal weefsel.

C. Chan Gunn gaat er in zijn hypothese van het radiculopathy model vanuit dat de oorzaak van de klachten gezocht moeten worden in een (kleine) stoornis van de zenuwwortel van de wervelkolom. Volgens hem kan spanning van de rugspieren druk veroorzaken op de wervels en kan hierdoor de zenuwwortel ongewenst onder druk komen te staan, ontstaat er een neuropathie van de perifere zenuw, die uiteindelijk resulteert in chronische pijn in het perifere zenuwgebied en bij de rug. Zijn uitgangspunt is dan ook dat spieren die naast een wervel gelegen zijn (paravertebrale musculatuur) altijd behandeld zouden moeten worden alsmede de spieren in hetzelfde neurogene segment.

Supersensitiviteit op basis van neuropathie waardoor spieren verkortingen laten zien, wordt ook wel short muscle syndrome genoemd. Deze hypothese is enkel onderzocht door C. Chan Gunn en nooit door ander onderzoek nader onderbouwd.

Dry needling is geen acupunctuur en heeft in tegenstelling tot acupunctuur geen energetisch kader en er wordt geen gebruik gemaakt van meridianen om de aanprikpunten te bepalen.[5]

Effectiviteit

[bewerken | brontekst bewerken]

In een studie uit 2017 werd een overzicht gemaakt van alle data uit meerdere onderzoeken en controles die liepen tussen 2000 en 2015. Uit deze publicatie bleek dat er een bewezen effect is op korte termijn voor pijnbestrijding en beweging en kwaliteit van leven. Sluitend bewijs voor beter slaapcomfort en vervanging van medicatie voor pijnbestrijding werd er echter niet gevonden.[6] Ook eerdere onderzoeken uit 2016 bewezen een effectiviteit op een of meerdere aspecten, maar daarbij wel een niet-sluitend effect voor andere aspecten.[7] Ook volgens het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie is het bewijs voor de effectiviteit van dry needling niet sluitend.[8] De Vereniging tegen de Kwakzalverij noemt de effectiviteit niet bewezen en stelt dat eventuele effecten vooral placebo-effecten zijn.[8] Dry needling zou een riskantere behandeling zijn dan behandelwijzen waarbij geen naalden in spieren worden gestoken.[9] Bij nekpijn raadt het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie de toepassing van dry needling zelf ook af in de eigen richtlijn, vanwege het risico op prikletsel.[10]

Hoewel de effectiviteit van dry needling niet bewezen is, wordt in Nederland de behandeling uitgevoerd door fysiotherapeuten en is de behandeling in 2007 door het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie opgenomen in hun beroepsprofiel. Volgens de Vereniging tegen de Kwakzalverij worden met de behandeling myogelosen in de spier aangeprikt, die normaliter vanzelf genezen.[9] Ze oordeelt dat er geen bewijs is dat dry needling effectiever is dan het warm houden van de spieren of een verlichtende massage te geven.[9]