Duinbreeksteeltje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Duinbreeksteeltje
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Steeltjeszwam)
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Agaricales (Plaatjeszwam)
Familie:Bolbitiaceae
Geslacht:Conocybe
Soort
Conocybe dunensis
T.J. Wallace (1960)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Het duinbreeksteeltje (Conocybe dunensis) is een schimmel behorend tot de familie Bolbitiaceae. Het groeit aan de voet van helmgras in de zeeduinen. Het dunne steeltje heeft kenmerkende strepen in lengterichting.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

hoed

De roodbruine hoed heeft een diameter is tussen 1 en 3 cm. De hoed is aanvankelijk stomp kegelvormig en later gewelfd met brede umbo. De hoed is doorschijnend gestreept tot en het midden en sterk hygrofaan. De rand is vaak wat lichter gekleurd en verbleekt sterk bij uitdroging.

lamellen

De plaatjes staan dicht bijeen en zijn roestbruin van kleur net als de hoed.

steel

De steel heeft een lengte van 40 tot 100 mm. De dikte is 2 tot 4,5 mm. De vorm is cilindrisch tot iets verbredend aan de basis. De kleur is wit tot bleek okergeel.

geur en smaak

Het heeft een zwakke geen bijzondere smaak of geur.

sporen

De sporen ellips- tot citroenvormig of amandelvormig. De sporenmaat is 11 tot 14,5 x 5,5 tot 9,0 micron, Q-getal is 1,5 tot 2,0 en Q-avg = 1,6 tot 1,85. De grote centrale kiempore is tot 1,5 micron breed. De sporen zijn bleek in water en kleuren roodbruin in kaliumhydroxide (KOH). De kegelvormige cheilocystiden hebben een duidelijk kopje/knopje van 3 tot 4 micron breed.

Voorkomen[bewerken | brontekst bewerken]

Het duinbreeksteeltje komt in Nederland zeldzaam voor. Met name in de zeeduinen wordt het waargenomen. Het staat op de rode lijst in de categorie 'Bedreigd'.