Naar inhoud springen

Een frisse duik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Een frisse duik (Engels: Dip in the Pool) is een kort verhaal van Roald Dahl. Het verscheen in januari 1952 voor het eerst in The New Yorker[1]. Het is later in meerdere verhalenbundels uitgegeven, waaronder die van Joseph Payne Brennan. In deze uitgave is het in het Nederlands vertaald onder de nieuwe titel Lage zone, als onderdeel van de bundel Beroemde gruwelverhalen (1978).[2]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Een rijke man genaamd William Botibol is aan boord van een cruiseschip dat bezig is de Atlantische Oceaan over te steken. Elke avond wedden de passagiers hoeveel mijl het schip de volgende dag zal afleggen. Iedereen zet hiervoor geld in; degene wiens voorspelling de dag daarop het dichtst bij de daadwerkelijk gevaren afstand zit, wint en krijgt de hele pot. Op een avond dat het flink stormt, zet Botibol tweehonderd pond in op de "lage zone"; hij gokt erop dat het schip de volgende dag maar weinig vooruit zal komen. Zijn vrouw en hij hebben jarenlang voor het bedrag dat hij nu inzet moeten sparen. Botibol waagt toch deze gok, in de verwachting dat de storm nog wel een hele tijd zal aanhouden. Dit zal hem dan straks een winst van zo'n 7000 dollar opleveren. Van dat geld wil hij voor zijn vrouw een Lincoln cabriolet kopen.

De volgende morgen blijkt de storm echter geheel onverwacht voorbij te zijn. De zee is weer heel kalm en het schip vaart nu keihard door, om de opgelopen achterstand in te halen. Botibol is eerst radeloos, nu zal hij zijn inzet van gisteren zeker verliezen. Dan krijgt hij ineens een geweldig idee: hij zal op het dek van boord springen en het doen voorkomen alsof dit een ongeluk is, zodat het schip gedwongen zal zijn om te keren om hem op te pikken. Door de extra tijd die dit kost, zal Botibols gok op de "lage zone" alsnog uitkomen. Botibol trekt lichte sportkleren aan, zodat hij makkelijk kan zwemmen. Op het dek is op dat moment bijna niemand, behalve een sympathiek ogende oudere vrouw die op de reling leunt. Botibol voert een kort gesprek met haar en verzekert zich ervan dat ze niets van de dagelijkse weddenschappen weet. Dan springt hij over de reling, keihard om hulp schreeuwend. De vrouw ziet hem in het water spartelen, terwijl hij heftig met zijn armen zwaait en iets onverstaanbaars roept. De vrouw kijkt alleen heel rustig en onbeweeglijk toe, terwijl het schip razendsnel doorvaart.

Enige tijd later verschijnt de verzorgster van deze zwakzinnige oude vrouw aan dek. Zij maant de oude vrouw zeer streng om nooit meer zonder toezicht rond te gaan lopen. De zwakzinnige vrouw vertelt over een aardige man met wie ze net even praatte en die vervolgens overboord sprong. Het verhaal wordt door de verzorgster meteen als onzin afgedaan.

Het verhaal is twee keer verfilmd.

Alfred Hitchcock bewerkte het in 1958 voor zijn serie Alfred Hitchcock Presents, samen met een aantal andere verhalen van Roald Dahl. Keenan Wynn had hier de rol van William Botibol.[3][4] In 1979 kwam er een tweede verfilming (nu in kleur) onder regie van Michael Tuchner, met onder meer Jack Weston (Botibol) en Gladys Spencer.[5]